ECLI:NL:RBZWB:2025:8939

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
BRE 23/9670 t/m 23/9678
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 7:1 AwbArtikel 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakInvorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen vervallen uitstel van betaling

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de ontvanger van de Belastingdienst waarin het uitstel van betaling werd ingetrokken. Tevens verzocht belanghebbende om het uitstel in stand te laten en om een schadevergoeding.

De rechtbank stelt vast dat de belastingrechter in beginsel niet bevoegd is om te oordelen over besluiten van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990, tenzij de regelgeving een uitzondering maakt. Het vervallen van uitstel van betaling valt niet onder deze uitzonderingen, waardoor de rechtbank zich onbevoegd verklaart.

Omdat de rechtbank niet bevoegd is, komt zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het beroep en het verzoek om schadevergoeding. Ook wordt geen griffierecht terugbetaald omdat dit niet is voldaan.

De rechtbank wijst erop dat geschillen over het vervallen van uitstel van betaling kunnen worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 15 december 2025.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst het beroep tegen het vervallen van uitstel van betaling af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 23/9670 tot en met 23/9678

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de brief van de ontvanger van 25 augustus 2023 over het vervallen van uitstel van betaling met kenmerk [bsn] .
1.1
De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Beoordeling door de rechtbank

Vooraf
2. Belanghebbende heeft een aantal stukken ingediend die zien op een wraking van de rechtbank in andere zaken. Aangezien de wraking en de redenen daarvoor niet in deze zaken spelen, gaat de rechtbank daar in deze uitspraak niet nader op in.
Beoordeling van het beroep tegen de ontvanger van 25 augustus 2023
3. Belanghebbende heeft op 18 september 2023 beroep ingediend. Belanghebbende verzoekt de rechtbank om het verleende uitstel van betaling in stand te laten en om een schadevergoeding te ontvangen.
4. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de IW. [1] Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing over het vervallen van uitstel op betaling valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. [2] Een geschil over het vervallen van het uitstel op betaling kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
5. De belastingrechter is dus niet bevoegd om kennis te nemen van de beroepen. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepen en aan het verzoek om schadevergoeding. Belanghebbende heeft geen griffierecht betaald. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om griffierecht terug te betalen.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 15 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.
2.Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van Pro de Awb).