ECLI:NL:RBZWB:2025:8930

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
C/02/441601 FA RK 25-5700
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • van Leuven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 RvArt. 10:20 BWArt. 1:4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot wijziging tweede voornaam wegens psychische hinder

Verzoekster heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek ingediend tot wijziging van haar tweede voornaam, die zij wenst te laten verwijderen omdat deze naam haar herinnert aan haar moeder, met wie zij traumatische ervaringen heeft. De naam veroorzaakt bij haar herbelevingen, paniek en verdriet, wat haar functioneren op praktisch en maatschappelijk vlak belemmert.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit bezit en binnen haar rechtsgebied woont, waardoor zij bevoegd is het verzoek te behandelen. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda, als belanghebbende, heeft geen bezwaar tegen de wijziging.

De rechtbank weegt het persoonlijke belang van verzoekster, dat zwaarwegend is vanwege de psychische hinder, af tegen het publieke belang van naamsconsistentie in het bevolkingsregister. Gezien de omstandigheden en het feit dat de overige voornamen ongewijzigd blijven, acht de rechtbank het verzoek gegrond en wijst het toe.

De beschikking is op 11 december 2025 in het openbaar uitgesproken door rechter van Leuven, met griffier de Wit aanwezig. De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gelast de wijziging door te voeren. Er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de tweede voornaam wordt toegewezen vanwege zwaarwegend persoonlijk belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/441601 FA RK 25-5700
11 december 2025
beschikking betreffende voornaamswijziging
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen verzoekster,
advocaat mr. E.P.J. Appelman.
1. Het verloop van het geding
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 5 november 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- de akte met [nummer] van het jaar 2001 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Breda;
- de op 19 november 2025 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna te noemen belanghebbende.
1.2. Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van verzoekster.

3.De beoordeling

3.1.
In voormelde geboorteakte staan als voornamen van verzoekster vermeld: ‘ [verzoekster] ’.
3.2.
Nu verzoekster in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is in de onderhavige zaak bevoegd, nu de woonplaats van verzoekster binnen haar rechtsgebied is gelegen.
3.3.
Uit de Basisregistratie Personen volgt dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft. Dit betekent dat de rechtbank op grond van artikel 10:20 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht zal toepassen op het onderhavige verzoek.
3.4.
Verzoekster verzoekt haar tweede voornaam ‘ [naam] ’ te verwijderen en legt aan dit verzoek het volgende ten grondslag. ‘ [naam] ’ is de voornaam van haar moeder. Verzoekster associeert haar moeder met fysieke en mentale mishandeling. Het horen, zien of moeten gebruiken van de naam ‘ [naam] ’ veroorzaakt bij haar directe herbelevingen, paniek en verdriet. Zij stelt inschrijvingen bij opleidingen, banen en instanties vaak uit of opent brieven niet tijdig, omdat haar officiële naam daar steeds in voorkomt. Hierdoor is haar functioneren op praktisch en maatschappelijk niveau merkbaar belemmerd. Ondanks intensieve therapie blijft het gebruik van haar officiële voornaam een obstakel in haar herstelproces. Het verwijderen van de naam ‘ [naam] ’ zal haar in staat stellen zich vrijer en zelfstandiger te voelen, haar verleden definitief los te laten en haar identiteit te beleven op een manier die past bij wie zij nu is.
3.5.
Uit voormelde instemmingsverklaring blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek.
3.6.
Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW Pro kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen ingevolge artikel 1:4 lid 2 BW Pro niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
3.7.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang staat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornamen van verzoekster. Daarbij is in aanmerking genomen dat
verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij psychische hinder ondervindt van haar tweede voornaam ‘ [naam] ’, omdat deze naam haar herinnert aan haar moeder en daarmee aan traumatische gebeurtenissen uit haar jeugd. Voorts is in aanmerking genomen dat de overige voornamen, waaronder de eerste voornaam/de roepnaam, van verzoekster ongewijzigd blijven. Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW Pro geformuleerde maatstaven, zal het verzoek op na te melden wijze worden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda de voornamen van verzoekster, zoals vermeld in de akte met [nummer] van het jaar 2001 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen, in die zin dat deze voortaan luiden: ‘ [voornamen] ’.
Deze beschikking is gegeven door mr. van Leuven, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. de Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.