2.5.De geheimhoudingskamer heeft, met toepassing van artikel 8:29 van de Awb, kennisgenomen van de geheimgehouden stukken (veronderstellend dat deze stukken op de zaak betrekking hebben in de zin van artikel 8:42 van de Awb) en van de stukken van de hoofdzaken. Deze stukken zijn vervolgens onderworpen aan een afweging van het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming tegenover de redenen van de inspecteur om die stukken geheim te houden.
2) De vijf e-mailberichten
2.5.1.Ten aanzien van vijf e-mailberichten heeft de inspecteur verzocht om een aantal passages uit die e-mailberichten geheim te houden. Meer specifiek betreft dat de volgende geheim te houden delen van stukken:
een intern e-mailbericht van 23 juni 2020 waarin de inspecteur verwijzingen naar een klikker en een klikbrief als bijlage geheim heeft gehouden omdat ernstige vrees bestaat voor de veiligheid van de klikker als zijn/haar naam bekend wordt;
een intern e-mailbericht van 20 maart 2019 waarin de inspecteur een aantal passages geheim heeft gehouden die volgens hem vallen onder de vrijheid en vertrouwelijkheid van juridisch intern beraad van de Belastingdienst;
een intern e-mailbericht van 17 september 2019 waarin de inspecteur een aantal passages geheim heeft gehouden die volgens hem vallen onder de vrijheid en vertrouwelijkheid van juridisch intern beraad van de Belastingdienst;
een intern e-mailbericht van 7 juni 2023 waarin de inspecteur één passage geheim heeft gehouden die volgens hem valt onder de vrijheid en vertrouwelijkheid van juridisch intern beraad van de Belastingdienst;
een intern e-mailbericht van 3 september 2020 waarin de inspecteur één passage geheim heeft gehouden waarin persoonlijke omstandigheden van een medewerker van de Belastingdienst zijn beschreven.
Geheimgehouden delen van e-mailbericht 1
2.5.2.Ten aanzien van de delen in het e-mailbericht onder 1 die zien op verwijzingen naar een klikker en een klikbrief is de geheimhoudingskamer van oordeel dat geheimhouding gerechtvaardigd is. Uit de titel van de klikbrief en de verwijzingen naar de klikker in dat e-mailbericht zou belanghebbende kunnen opmaken door wie die brief is geschreven. Naar het oordeel van de geheimhoudingskamer weegt het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de klikker zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van de geheimgehouden stukken. De inspecteur mag die betreffende delen van het e-mailbericht en de titel van de klikbrief dus geheimhouden.
Geheimgehouden delen van e-mailberichten 2, 3 en 4
2.5.3.Ten aanzien van de geheimgehouden delen van de e-mailberichten waarvan de inspecteur stelt dat sprake is van juridisch intern beraad (e-mailberichten 2, 3 en 4), overweegt de geheimhoudingskamer dat de vrijheid en vertrouwelijkheid van juridisch intern beraad van de Belastingdienst een belang kan zijn dat geheimhouding van stukken op grond van artikel 8:29 van de Awb kan rechtvaardigen.Dat kan anders zijn indien de inhoud van die stukken ook bijvoorbeeld niet aan belanghebbende bekende feitelijke informatie bevat, waardoor het verdedigingsbelang van belanghebbende in het gedrang zou kunnen komen.
2.5.4.De geheimgehouden delen in de e-mailberichten 2, 3 en 4 zijn naar het oordeel van de geheimhoudingskamer aan te merken als juridisch intern beraad van de Belastingdienst en bevatten geen voor belanghebbende onbekende feitelijke informatie. Gelet op de aard en inhoud van die passages, is de geheimhoudingskamer van oordeel dat het belang van de inspecteur bij geheimhouding zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming. Er is daarom sprake van gewichtige redenen die geheimhouding op grond van artikel 8:29 van de Awb rechtvaardigen.
Geheimgehouden delen van e-mailbericht 5
2.5.5.Tot slot is de geheimhoudingskamer van oordeel dat ten aanzien van de passage in het e-mailbericht genoemd onder 5, waarvan de inspecteur zich beroept op de persoonlijke levenssfeer van een medewerker van de Belastingdienst, geheimhouding van ook die passage gerechtvaardigd is. De betreffende passage heeft geen relevantie voor de beslechting van de hoofdzaken en ziet uitsluitend op persoonlijke omstandigheden van een medewerker van de Belastingdienst. Het belang van de inspecteur bij geheimhouding van die passage in verband met bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de medewerker weegt daarom zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van het geheimgehouden stuk.
3) Intern memo van de inspecteur
2.5.6.Ten aanzien van een door de inspecteur intern opgesteld memo heeft de inspecteur verzocht om een aantal delen van dat memo geheim te houden. Meer specifiek betreft dat (anders dan bedoeld in 2.2.1) het volgende:
een passage opgenomen in het interne memo onder ‘bijkomende onderwerpen’ welke informatie volgens de inspecteur ziet op een onderwerp dat niet in geschil is, en waarvan de geheimgehouden passage ziet op niet in de procedure betrokken personen;
een passage opgenomen in het interne memo onder ‘bijkomende onderwerpen’ welke informatie volgens de inspecteur eveneens ziet op een onderwerp dat niet in geschil is.
2.5.7.De geheimhoudingskamer constateert ten aanzien van de eerstgenoemde passage dat daarin uitsluitend informatie met betrekking tot derden is opgenomen. De in die passage opgenomen informatie kan geen nader licht op de zaken van belanghebbende in deze procedure werpen. Geheimhouding van die passage is naar het oordeel van de geheimhoudingskamer om die reden gerechtvaardigd.
2.5.8.Ook ten aanzien van de tweede hiervoor genoemde passage is de geheimhoudingskamer van oordeel dat geheimhouding gerechtvaardigd is. Die passage ziet op informatie die geen direct verband houdt met de zaken van belanghebbende en ook geen relevantie heeft voor het geschil dat partijen in deze procedure verdeeld houdt. De inspecteur mag deze passage daarom ook geheimhouden.
4) Klikbrieven en correspondentie met en over klikkers
2.5.9.Verder doet de inspecteur een verzoek om geheimhouding ten aanzien van een aantal door hem aan de geheimhoudingskamer overgelegde bijlagen die hij in de brief van 27 oktober 2025 benoemt als klikbrieven. De geheimhoudingskamer constateert dat die stukken bestaan uit enerzijds klikbrieven en verklaringen van klikkers, met daarbij soms ook bijlagen, en anderzijds uit interne meldingen en interne e-mailcorrespondentie van de inspecteur over de klikbrieven en (afgelegde verklaringen door) klikkers.
2.5.10.De geheimhoudingskamer overweegt dat belanghebbende uit al de hiervoor bedoelde stukken zou kunnen opmaken wie de klikbrieven heeft geschreven dan wel verklaringen heeft afgelegd. Naar het oordeel van de geheimhoudingskamer weegt het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de klikkers zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van de geheimgehouden stukken. De geheimhoudingskamer is daarom van oordeel dat sprake is van gewichtige redenen die geheimhouding op grond van artikel 8:29 van de Awb rechtvaardigen. Dat betekent dat de inspecteur stukken die hij aan de geheimhoudingskamer heeft overgelegd onder de noemer ‘klikbrieven’ geheim mag houden.
5) Het document “ Verloop controle [bedrijf] / [onderzoeksnaam]
2.5.11.In de brief van 27 oktober 2025 geeft de inspecteur niet aan waarom het document “ Verloop controle [bedrijf] / [onderzoeksnaam] ” geheim moet blijven. Hierdoor kan de geheimhoudingskamer niet beoordelen of het verzoek om geheimhouding van dit document gerechtvaardigd is. De rechtbank zal het verzoek voor wat betreft dit stuk dan ook afwijzen. De geheimhoudingskamer merkt daarbij nog op dat het zeer wel mogelijk is dat het betreffende document in de hoofdzaken reeds aan belanghebbende is verstrekt, maar dat de inspecteur in de hoofdzaken dusdanig veel documenten heeft ingebracht, dat de geheimhoudingskamer dit niet heeft gecontroleerd.
6) Het Signaaldocument RIEC ( het signaaldocument )
2.5.12.De ongeschoonde versie van het signaaldocument bevat geel gearceerde delen waarbij in de kantlijn nummer 1, 2 of 3 is vermeld.
2.5.13.De geheimhoudingskamer overweegt met betrekking tot de geel gearceerde passages die zijn voorzien van nummer 1 dat in deze passages sprake is van informatie over derden en er geen relevantie is voor de beslechting van de hoofdzaken. De geheimhoudingskamer is daarom van oordeel dat de geel gearceerde passages met nummer 1 wegens privacyoverwegingen geheimgehouden mogen worden. De bescherming van informatie over derden weegt naar het oordeel van de geheimhoudingskamer zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van deze passages.
2.5.14.Met betrekking tot de geel gearceerde passages die zijn voorzien van nummer 2 overweegt de geheimhoudingskamer dat deze informatie verwijst naar personen die bij de politie meldingen of aangiften hebben gedaan met betrekking tot belanghebbende. Om te voorkomen dat uit deze passages zou kunnen worden opgemaakt wie de meldingen of aangiften heeft gedaan is de geheimhoudingskamer van oordeel dat ook deze passages geheimgehouden mogen worden. Het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de melders weegt zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van deze passages.
2.5.15.Met betrekking tot de geel gearceerde passages die zijn voorzien van nummer 3 is de geheimhoudingskamer eveneens van oordeel dat deze geheimgehouden mogen worden. In deze passages wordt gesproken over mogelijke strafbare feiten, die geen onderdeel vormen van de procedure, waarvoor belanghebbende al dan niet vervolgd zou kunnen worden. Het belang van een effectieve rechtshandhaving en het opsporen en vervolgen van strafbare feiten weegt naar het oordeel van de geheimhoudingskamer zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van deze passages.
7) Het preweeg document met zaaksnaam [onderzoeksnaam] (het preweeg document)
2.5.16.In het preweeg document zijn allereerst passages gelakt, op pagina 1, omdat dit persoonlijke informatie betreft van FIOD-medewerkers. Naar het oordeel van de geheimhoudingskamer mogen deze passages geheimgehouden worden. Het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de FIOD-medewerkers weegt zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van de geheimgehouden passages.
2.5.17.Voorts is in het preweeg document een passage gelakt, op pagina 4, omdat daarin verwijzingen zijn opgenomen naar een klikker en een medewerker van de [bedrijf] Groep . Naar het oordeel van de geheimhoudingskamer mag deze passage geheimgehouden worden. Het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de klikker en de medewerker van de [bedrijf] Groep weegt zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van de geheimgehouden passage.
2.5.18.Tot slot is in het preweeg document een passage gelakt, op pagina 11, omdat deze passage informatie bevat over een ander subject. Met betrekking tot deze passage is de geheimhoudingskamer eveneens van oordeel dat deze geheimgehouden mag worden. Het belang van de privacy van het subject en het belang van een effectieve rechtshandhaving en het opsporen en vervolgen van strafbare feiten wegen naar het oordeel van de geheimhoudingskamer zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van deze passage.