Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
12 mei 2026 PRO FORMA. Uiterlijk op deze datum dient de GI een briefrapport aan de kinderrechter en de belanghebbenden te overleggen waarin de ontwikkelingen van de afgelopen tijd worden beschreven en waarbij de GI aangeeft of zij het restantverzoek ten aanzien van [minderjarige 2] nog handhaaft.
6.De beslissing
12 mei 2026 PRO FORMA, met het verzoek aan de GI om uiterlijk op deze datum te rapporteren over de ontwikkelingen en het gewenste verdere procesverloop;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.