Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
locatie Tilburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 18 november 2025;
- het raadsonderzoek van 24 november 2025.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de Raad
5.Het standpunt van de belanghebbende
6.Het standpunt van de GI
7.De beoordeling
- [minderjarige 1] is fysiek en emotioneel veilig;
- Er is zicht op een vervolgplaatsing van [minderjarige 1] , nu zijn huidige pleeggezin niet perspectiefbiedend is;
- [minderjarige 1] heeft een goed, structureel en onbelast contact met zijn ouders en eventuele onmogelijkheden daarin zullen worden onderzocht;
- De ouders geven openheid van zaken over hun relatie;
- Er is duidelijkheid over de pedagogische vaardigheden van de ouders;
- Er zijn voorwaarden opgesteld waarop [minderjarige 1] veilig terug bij de moeder kan wonen;
- Er is duidelijkheid over de tenuitvoerlegging van het strafrechtelijk vonnis uit België.
de Raaduiterlijk op na te melden PRO FORMA datum in een schriftelijk verslag (een en ander onder gelijktijdige verzending daarvan aan de advocaat van de moeder en de GI) met nadere informatie over:
8.De beslissing
30 april 2026 PRO FORMA, in afwachting van informatie van de Raad zoals weergegeven onder rechtsoverweging 7.11;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.