Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser, wonende in [plaats], en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg. De zaak betreft een last onder bestuursdwang die aan eiser is opgelegd, waarbij hij verplicht werd om afval uit zijn woning te verwijderen. De woning was zo vol afval dat het college van Tilburg een gevaarlijke situatie constateerde. Eiser was het niet eens met deze last en heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank heeft de zaak op 13 november 2025 behandeld. Eiser voerde verschillende beroepsgronden aan, maar de rechtbank oordeelde dat het college terecht handhavend had opgetreden. De rechtbank concludeerde dat de last onder bestuursdwang rechtmatig was opgelegd, omdat de situatie in de woning een gevaar voor de brandveiligheid vormde. Eiser kreeg geen gelijk en het beroep werd ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft in haar beoordeling gekeken naar de bevoegdheid van het college om handhavend op te treden, de registratie van de woning in het kadaster, en de vraag of de overtreding eiser verweten kon worden. Eiser had de mogelijkheid om het afval via de voordeur af te voeren, maar had dit nagelaten. De rechtbank concludeerde dat de handhaving in het algemeen belang was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een ander oordeel rechtvaardigden. De uitspraak werd openbaar gemaakt op 18 december 2025.