ECLI:NL:RBZWB:2025:8829

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
25/3382
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Last onder bestuursdwang voor het opruimen van een woning wegens brandgevaarlijke situatie

Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser, wonende in [plaats], en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg. De zaak betreft een last onder bestuursdwang die aan eiser is opgelegd, waarbij hij verplicht werd om afval uit zijn woning te verwijderen. De woning was zo vol afval dat het college van Tilburg een gevaarlijke situatie constateerde. Eiser was het niet eens met deze last en heeft hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de zaak op 13 november 2025 behandeld. Eiser voerde verschillende beroepsgronden aan, maar de rechtbank oordeelde dat het college terecht handhavend had opgetreden. De rechtbank concludeerde dat de last onder bestuursdwang rechtmatig was opgelegd, omdat de situatie in de woning een gevaar voor de brandveiligheid vormde. Eiser kreeg geen gelijk en het beroep werd ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft in haar beoordeling gekeken naar de bevoegdheid van het college om handhavend op te treden, de registratie van de woning in het kadaster, en de vraag of de overtreding eiser verweten kon worden. Eiser had de mogelijkheid om het afval via de voordeur af te voeren, maar had dit nagelaten. De rechtbank concludeerde dat de handhaving in het algemeen belang was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een ander oordeel rechtvaardigden. De uitspraak werd openbaar gemaakt op 18 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3382

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het opleggen van een last onder bestuursdwang die inhield dat eiser het afval uit zijn woning moest verwijderen. De woning aan [adres] te [plaats] lag zo vol afval dat volgens het college een gevaarlijke situatie was ontstaan. Eiser is het niet eens met de opgelegde last. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college op goede gronden handhavend heeft opgetreden.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de last onder bestuursdwang op mocht leggen
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Daarbij gaat de rechtbank vooral in op de vraag of de overtreding aan eiser verweten kan worden en of alles volgens de regels is besloten. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 26 juni 2025 op het bezwaar van eiser heeft het college geoordeeld dat de last onder bestuursdwang terecht is opgelegd en deze in stand gelaten.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en mr. M. Gijsbers en [naam] namens het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Op 7 juni 2024 heeft eiser een brief aan het college geschreven waarin hij onder andere klaagt over instortingsgevaar van zijn woning als gevolg van een verbouwing in 1987.
3.1.
Naar aanleiding van de brief van eiser heeft op 25 juni 2024 een huisbezoek plaatsgevonden. Daarvoor is ook een machtiging tot binnentreden afgegeven door de burgemeester. Bij het huisbezoek is een zeer vervuild en met afval volgezet huis aangetroffen. De toezichthouders hebben niet de hele woning betreden.
3.2.
Het college heeft eiser vervolgens een voornemen tot het opleggen van een last onder bestuursdwang gestuurd. Eiser heeft gereageerd op het voornemen.
3.3.
Op 5 juli 2024 heeft het college eiser een last onder bestuursdwang opgelegd. Op 12 augustus 2024 heeft eiser een bezwaarschrift ingediend.
3.4.
De burgemeester en het college hebben nieuwe machtigingen afgegeven voor het binnentreden van de woning voor een controle. Op 12 augustus 2024 heeft de hercontrole plaatsgevonden. Van 13 tot en met 15 augustus 2024 is de woning ontruimd. Eiser heeft voor afstand getekend van de af te voeren spullen.
3.5.
Op 19 augustus 2024 heeft eiser een brief aan het college gestuurd met vragen over de machtigingen. Op dezelfde dag heeft de burgemeester een nieuwe machtiging afgegeven en heeft een hercontrole plaatsgevonden.
3.6.
Eiser heeft nadien verschillende brieven dan wel aanvullende bezwaarschriften verstuurd. Het college heeft op 27 juni 2025 de beslissing op eisers bezwaar genomen. Eiser heeft hier beroep tegen ingesteld.

Beoordeling door de rechtbank

Was het college bevoegd handhavend op te treden?
4. Op grond van artikel 125 van de Gemeentewet is het college bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang, indien de last strekt tot handhaving van regels die het gemeentebestuur uitvoert. Op grond van artikel 18.2 van de Omgevingswet voert het college de regels omtrent het omgevingsplan en overige handhavingstaken uit. Het college is dus in beginsel bevoegd om handhavend op te treden.
Toetsingskader
5. Het college heeft handhavend opgetreden wegens overtreding van:
- artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (specifieke zorgplicht: bestaande bouwwerken);
- artikel 6.4 van het Bbl (specifieke zorgplicht: brandveilig gebruik van bouwwerken);
- artikel 22.18 van het tijdelijk omgevingsplan (specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk);
- artikel 1.6 van de Omgevingswet (zorgplicht voor een ieder);
- artikel 1.7 van de Omgevingswet (activiteit met nadelige gevolgen).
5.1.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Is eiser aangeschreven op het juiste object?
6. Eiser bestrijdt niet dat er sprake is van een overtreding. Eiser stelt dat niet voor het juiste object is aangeschreven. Zijn woning is niet correct geregistreerd in het kadaster. Er is verschil tussen [nummer] in de echte wereld en [nummer] in de digitale wereld.
6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Los van de vraag of het perceel van eiser op de juiste wijze van een huisnummer is voorzien of goed in het kadaster is ingeschreven is voldoende duidelijk voor welke woning de last onder bestuursdwang is opgelegd. Ook bij eiser kon er, gelet op de bezoeken van de toezichthouders en de omschrijving van de overtreding, geen misverstand over bestaan op welke woning of verblijfplaats de last betrekking had.
Beginselplicht tot handhaving
7. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal bij een overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevraagd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als concreet zicht op legalisatie bestaat. Verder kan handhavend optreden onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen, zodat van optreden in die concrete situatie moet worden afgezien.
Kan eiser de overtreding verweten worden?
8. Eiser stelt dat de overtreding hem niet verweten kan worden. Het college heeft de poort in zijn schutting aan de achterzijde dicht laten spijkeren, waardoor hij zijn afvalcontainers niet aan straat kan zetten. Daardoor kan hij afval niet afvoeren.
8.1.
Het college stelt dat het toch echt aan eiser is om de ontstane situatie op te lossen en aan de regelgeving te voldoen. Het college kan niet plaatsen hoe het is gegaan met het dichttimmeren van de poort aan de achterzijde, maar eiser had desondanks het afval via de voordeur kunnen afvoeren.
8.2.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiser had de situatie op kunnen lossen door het afval via de voordeur af te voeren of door in overleg met het college te zorgen dat er weer een doorgang zou komen aan de achterzijde. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat dit onmogelijk was en de overtreding hem daarom niet verweten kan worden.
Zijn het primaire besluit en de machtiging tot binnentreden bevoegd genomen?
9. Eiser stelt dat degenen die een handtekening heeft gezet onder het primaire besluit en op de machtiging tot binnentreden daar niet toe bevoegd waren.
9.1.
Het college benadrukt dat de teammanager Toezicht en Handhaving wel degelijk bevoegd was om het primaire besluit te ondertekenen. Voor zover daar toch iets is fout gegaan is dat bij de beslissing op bezwaar rechtgezet.
9.2.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank beoordeelt de beslissing op bezwaar en niet het primaire besluit. Niet in geschil is dat de beslissing op bezwaar door een bevoegde persoon is ondertekend.
9.3.
Voor zover eiser stelt dat onder de machtigingen een valse handtekening is gezet zodat die niet rechtsgeldig zijn, kan de rechtbank dat op basis van zijn argumenten niet vaststellen. Uit de controlerapporten blijkt ook niet dat eiser geen toestemming heeft gegeven om de woning te betreden, of alleen na overlegging van de machtiging. Hij heeft ook getekend voor afstand van zijn spullen waaruit, in samenhang met het voorgaande, valt af te leiden dat hij toestemming heeft gegeven om de woning te betreden zodat de spullen uit de woning kunnen worden gehaald. De rechtbank kan daarom niet tot de conclusie komen dat de ontruiming onrechtmatig heeft plaats gevonden.
Is de eerder verleende bouwvergunning oorzaak van het instortingsgevaar?
10. Eiser stelt dat bouwwerkzaamheden als gevolg van de vergunning van 1987 de oorzaak zijn van instortingsgevaar.
10.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Het college heeft niet vastgesteld dat er sprake is van instortingsgevaar als gevolg van bouwwerkzaamheden. Er is een last onder bestuursdwang opgelegd wegens gevaar als gevolg van het afval dat zich in de woning van eiser heeft opgestapeld. Het gaat daarbij om brandgevaar door de grote brandlast en belemmeringen bij het betreden of wegkomen uit de woning bij calamiteiten. Dit heeft niets met instortingsgevaar te maken. Gelet op het bovenstaande kon het college optreden tegen overtreding van de hierboven genoemde regels.

Conclusie en gevolgen

11. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.
11.1.
Omdat het beroep ongegrond is er geen aanleiding om het college te veroordelen in het terugbetalen van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier, op 11 december 2025 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Omgevingswet
Artikel 1.6. (zorgplicht voor een ieder)
Een ieder draagt voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving.
Artikel 1.7. (activiteit met nadelige gevolgen)
Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht:
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen,
voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken,
als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.
Besluit bouwwerken leefomgeving
Artikel 3.5. (specifieke zorgplicht: bestaande bouwwerken)
Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het bouwwerk tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
Artikel 6.4. (specifieke zorgplicht: brandveilig gebruik van bouwwerken)
Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat als gevolg van het gebruik een van de volgende situaties kan ontstaan, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om te voorkomen dat:
brandgevaar wordt veroorzaakt;
ij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt;
de melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd;
het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd;
het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd; en
er op een andere manier gevaar voor de brandveiligheid ontstaat of voortduurt.
Omgevingsplan [plaats]
Artikel 22.18 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk
1. Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
2. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door:
a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;
b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en
c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.