ECLI:NL:RBZWB:2025:880
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Dijkman
- De Beer
- Voorn
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogd over minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 31 januari 2025 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming toegewezen om het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige te beëindigen. Dit verzoek werd gedaan vanwege een ernstig bedreigde ontwikkeling van het kind, veroorzaakt door een verstoorde relatie met de moeder en het ontbreken van contact sinds februari 2023.
De minderjarige verblijft sinds de spoedplaatsing in februari 2023 bij haar grootouders moederszijde. De moeder heeft onvoldoende kunnen profiteren van de ingezette hulpverlening en is niet in staat gebleken de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen. De moeder voert geen verweer tegen het verzoek, hoewel zij graag contact wil, hetgeen door de minderjarige is afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat voortzetting van het gezag schadelijk is voor de ontwikkeling van de minderjarige en dat de aanvaardbare termijn is verstreken. Daarom wordt het gezag beëindigd en wordt de Gecertificeerde Instelling benoemd als voogd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om direct in werking te treden.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de moeder wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd over de minderjarige.