Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- mr. Groenhuis-Kools, advocaat van de moeder;
- de vader met zijn advocaat;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
de concrete bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] gelegen is in de ex-partnerstrijd, waardoor de ouders niet meer in staat zijn om met elkaar samen te werken. Geconstateerd wordt voorts dat de ouders over het huiselijk geweld er een gehele andere visie op nahouden.De man heeft het idee dat hij zich moet blijven verdedigen vanwege zijn verleden.
5.De beoordeling
Kurt t. Oostenrijk,Zaaknummer 62903/15). Hoewel partijen van mening verschillen over de ernst van de zorgen, is de kinderrechter wel ervan overtuigt dat er sprake is van risico’s die serieus dienen te worden genomen en onderzocht moeten worden.
I.M. t. Italië,Zaaknummer 25426/20). In het kader van deze beoordeling dienen eventuele risico’s op geweld of andere vormen van mishandeling daarom een integraal onderdeel van dergelijke procedures vormen (EHRM 5 juli 2016,
Bîzdîga t. Moldavië,Zaaknummer 23755/07).
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.