ECLI:NL:RBZWB:2025:8760

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
02-074324-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onderzoek naar het voorhanden hebben van vuurwapens van categorie III

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het voorhanden hebben van vuurwapens van categorie III. De verdachte, geboren in 2001 en ten tijde van het onderzoek preventief gedetineerd, werd bijgestaan door raadsman mr. H.M. Dunsbergen. De inhoudelijke behandeling vond plaats op 12 november 2025, waarbij de officier van justitie, mr. J. Verschuren, en de verdediging hun standpunten presenteerden. De tenlastelegging betrof het voorhanden hebben van drie revolvers en drie pistolen, alsmede munitie van categorie III in de periode van 11 maart 2024 tot en met 28 mei 2024 in [plaats 1]. De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding geldig was en dat de officier van justitie ontvankelijk was in de vervolging. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende bewijs was voor het voorhanden hebben van de vuurwapens, behalve voor de Bruni revolver, waarop het DNA van de verdachte was aangetroffen. De rechtbank sprak de verdachte vrij van het voorhanden hebben van de overige vuurwapens, omdat deze niet waren aangetroffen en er geen betrouwbare categorisering was. De rechtbank legde uiteindelijk een gevangenisstraf van vier maanden op, rekening houdend met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die al eerder met justitie in aanraking was gekomen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-074324-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 10 december 2025
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting te [locatie] ,
raadsman mr. H.M. Dunsbergen, advocaat te Breda.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 november 2025, waarbij de officier van justitie mr. J. Verschuren en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 11 maart 2024 tot en met 28 mei 2024 in [plaats 1] vuurwapens van categorie III voorhanden heeft gehad, te weten drie revolvers en drie pistolen, alsmede munitie van categorie III.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, gelet op het aantreffen van één van deze vuurwapens en de bevindingen van het onderzoek aan de telefoon van verdachte.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het voorhanden hebben van de in de tenlastelegging opgenomen vuurwapens met uitzondering van de Bruni revolver waarop verdachtes DNA is aangetroffen. De overige vuurwapens zijn alleen te zien in filmpjes en zijn niet aangetroffen. Het is daarom onduidelijk of dit daadwerkelijk vuurwapens zijn of daarop gelijkende voorwerpen.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
-
De revolver Bruni BBM, type Olympic 38
In een ander onderzoek is een vuurwapen aangetroffen op [adres 2] te [plaats 1] . Uit onderzoek bleek dat daarop het DNA van verdachte aanwezig was. Het vuurwapen is onderzocht door het team forensische opsporing, afdeling wapens, munitie en explosieven. Het bleek te gaan om een revolver van het merk Bruni BBM, type Olympic 38, met in de cilinder zes scherpe kogelpatronen en twee lege hulzen. Van zowel het vuurwapen als de munitie is vastgesteld dat deze behoren tot categorie III.
Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte naar de video’s en afbeeldingen waarop vuurwapens, althans op vuurwapen gelijkende voorwerpen, te zien zijn, is gebleken dat het vuurwapen dat is aangeduid als ‘revolver 1’ hetzelfde vuurwapen is als de in beslag genomen en onderzochte Bruni BBM. Met de telefoon van verdachte zijn foto’s gemaakt van deze revolver op 20 maart 2024, 15 april 2024, 5 mei 2024, 6 mei 2024 en 7 mei 2024. Omdat de foto’s met de telefoon van verdachte zijn gemaakt en verdachte daarover geen andersluidende verklaring heeft afgelegd gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte deze afbeeldingen met zijn telefoon heeft gemaakt. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het vuurwapen in de tenlastegelegde periode voorhanden heeft gehad.
-
De overige in de tenlastelegging genoemde vuurwapens
Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij zes vuurwapens voorhanden heeft gehad. De rechtbank gaat ervan uit dat dat de vuurwapens zijn die in de video’s en op de afbeeldingen op de telefoon van verdachte te zien zijn. Aangezien naast de hierboven bedoelde revolver Bruni BBM geen van de vuurwapens uit de video’s en afbeeldingen zijn aangetroffen en in beslag genomen, konden die niet worden onderzocht. Voor een betrouwbare categorisering van vuurwapens en munitie acht de rechtbank het noodzakelijk dat daaraan een onderzoek door het team forensische opsporing, afdeling wapens, munitie en explosieven ten grondslag ligt. Bij de bepaling of het in dit geval om categorie III vuurwapens gaat, zijn zodanig veel factoren betrokken die niet kunnen worden afgeleid uit een afbeelding of video alleen, dat het ontbreken van een categorisering hier in de weg staat aan een bewezenverklaring. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het voorhanden hebben daarvan.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
in de periode van 11 maart 2024 tot en met 28 mei 2024 te [plaats 1] ,
een wapen van categorie III, onder 1
°,van de Wet wapens en munitie, te
weten een revolver, merk Bruni Olympic, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver voorhanden heeft gehad, en een hoeveelheid kogelpatronen van categorie III,
onder 1
°,van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen voor het voorhanden hebben van alle tenlastegelegde vuurwapens en munitie een gevangenisstraf van 18 maanden.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht rekening te houden met artikel 63 Sr in verband met de zaak tegen verdachte die gelijktijdig met de onderhavige zaak is behandeld en waarin op dezelfde dag een vonnis zal volgen.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
-
De ernst van het feit
Verdachte heeft een geladen vuurwapen voorhanden gehad op verschillende momenten in een periode van ongeveer tweeënhalve maand. Het illegaal bezit van vuurwapens vormt een onaanvaardbaar risico en een bedreiging voor de veiligheid van personen in de samenleving. Dit risico heeft zich in [plaats 1] al bij diverse gelegenheden verwezenlijkt, hetgeen ertoe heeft geleid dat vanaf 12 september 2024 het “Middengebied en Centrum” van [plaats 1] zijn aangewezen als veiligheidsrisicogebied met het doel om geweldsincidenten in de stad waarbij een vuurwapen wordt gebruikt, terug te dringen. Verdachte heeft met het plegen van het bewezenverklaarde feit bijgedragen aan deze lokale vuurwapengerelateerde problematiek. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
De rechtbank zal eveneens in strafverzwarende zin rekening houden met de omstandigheid dat op enkele video’s te zien is dat verdachte met een vuurwapen in de openbare ruimte schiet en dat in één van de video’s waarin hij zichzelf in een woning heeft gefilmd met een vuurwapen in zijn hand, een klein kind, vermoedelijk zijn eigen kind, op de achtergrond te horen is.
-
De persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad van verdachte van 21 augustus 2025 komt naar voren dat verdachte al op twaalfjarige leeftijd voor het eerst in contact is gekomen met justitie. Daarna zijn met enige regelmaat contacten met politie en justitie gevolgd, en is verdachte diverse keren veroordeeld wegens geweldsdelicten. Van de diverse strafmodaliteiten is kennelijk onvoldoende algemene en speciale preventieve werking uitgegaan om recidive te voorkomen. Daarbij komt dat de opgelegde bijzondere voorwaarden bij voorwaardelijke straffen, bestaande uit (jeugd)reclasseringstoezichten en diverse (jeugd)behandel- en begeleidingstrajecten onvoldoende zijn gebleken om de pro-criminele houding van verdachte te keren.
Aangezien verdachte eveneens zal worden veroordeeld in een andere zaak tegen hem zal de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat in belangrijke mate rekening houden met
artikel 63 Sr.
Tegen de achtergrond van het strafblad van verdachte acht de rechtbank het beeld van verdachtes houding ten opzichte van vuurwapens dat uit de aangetroffen video’s naar voren komt zorgwekkend. De manier waarop verdachte in de video’s omgaat met vuurwapens wekt de indruk dat het voor hem normaal is om toegang te hebben tot meerdere vuurwapens en dat hij er genoegen in schept om zichzelf te filmen terwijl hij ze vast heeft en gebruikt.
-
De straf
Gelet op de hierboven genoemde feiten en omstandigheden en op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Omdat gelijktijdig uitspraak zal worden gedaan in een andere zaak tegen verdachte, en deze zaken niet zijn gevoegd, acht de rechtbank in verband met artikel 63 Sr een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden passend en geboden.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
handelen in strijd met artikel 26, lid 1, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, strafbaar gesteld bij artikel 55, lid 3, onder a, van de Wet wapens en munitie,
en
handelen in strijd met artikel 26, lid 1, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, lid 1, van de Wet wapens en munitie;
- verklaart verdachte strafbaar;
Straf
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 4 (vier) maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter,
en mr. D.L.J. Martens en L.W. Boogert, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 10 december 2025.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 maart 2024 tot en
met 28 mei 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland,
een of meer wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te
weten 3, althans een of meer, revolver(s), merk Bruni Olympic, en/of een pistool,
merk Glock, en/of een pistool, merk Blow, en/of een pistool, merk Sig Sauer,
zijnde (telkens) een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool
voorhanden heeft gehad, en/of
een hoeveelheid kogelpatronen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en
munitie voorhanden heeft gehad;
( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )