ECLI:NL:RBZWB:2025:8736

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/6392 WIA
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing WIA-uitkering op basis van medische beoordeling en arbeidsongeschiktheid

In deze zaak heeft eiseres op 17 augustus 2022 een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het UWV heeft deze aanvraag op 9 augustus 2023 afgewezen, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar bleef het UWV bij deze afwijzing, wat leidde tot beroep bij de rechtbank. Tijdens de zitting op 4 december 2025 heeft eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde, haar standpunt toegelicht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de subjectieve beleving van eiseres, die lijdt aan fibromyalgie, niet doorslaggevend is. De objectief medisch vast te stellen beperkingen zijn bepalend voor de beoordeling. Eiseres heeft geen nieuwe medische informatie overgelegd die haar standpunt zou ondersteunen. De rechtbank concludeert dat de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) correct is opgesteld en dat de geselecteerde functies voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid medisch geschikt zijn. De rechtbank is zich ervan bewust dat het systeem van de WIA kan leiden tot ongelijkheid in de beoordeling van arbeidsongeschiktheid, maar kan hier niets aan veranderen. Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, wat betekent dat de afwijzing van de WIA-aanvraag in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/6392 WIA
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. E.M.A. Leijser),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, UWV.

Inleiding

1. Eiseres heeft op 17 augustus 2022 een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 9 augustus 2023 heeft het UWV deze aanvraag afgewezen, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Met het bestreden besluit van 24 juli 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiseres deelgenomen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E. Lipman.
1.3.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of het UWV in het bestreden besluit op goede gronden de afwijzing van de aangevraagde WIA-uitkering per 14 november 2022 in stand heeft gelaten. Zij doet dat onder meer aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep van eiseres ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Eiseres voert aan dat zij meer beperkingen heeft dan het UWV heeft aangenomen. Zij lijdt door fibromyalgie aan chronische pijn in haar spieren en bindweefsel en heeft last van stijfheid en vermoeidheid. Een gebrek aan energie is het grootste probleem. Het UWV heeft volgens eiseres ten onrechte geen urenbeperking aangenomen.
4.1.
De beoordeling van een aanvraag om een WIA-uitkering bestaat uit een verzekeringsgeneeskundig (medisch) en een arbeidskundig onderzoek. Eiseres is beoordeeld door zowel een verzekeringsarts als een verzekeringsarts bezwaar en beroep. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden. Uit de rapporten van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten. Bij de opstelling van de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) is met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden.
4.2.
Eiseres heeft in de bezwaarprocedure, in beroep en ter zitting duidelijk gemaakt op welke wijze zij zich beperkt en belemmerd voelt door haar ziekte (fibromyalgie). De subjectieve beleving van eiseres speelt een rol in de beoordeling, maar is niet doorslaggevend. Doorslaggevend zijn wel de objectief medisch vast te stellen beperkingen. Eiseres heeft in beroep geen nieuwe medische informatie overgelegd. De rechtbank heeft geen aanleiding om te oordelen dat de verzekeringsartsen bij de beoordeling bepaalde punten gemist hebben. De FML is dan ook correct opgesteld, inclusief de daarin opgenomen beperkingen, en daar gaat de rechtbank dus van uit.
4.3.
Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: Textielproductenmaker (excl. vervaardigen textiel, SBC-code 111160), Bezorger pakketten e.d. (auto, SBC-code 111230) en Assemblagemedewerker besturingskasten en panelen (SBC-code 267071).
4.4.
Eiseres heeft aangevoerd dat deze functies te zwaar voor haar zijn. Dit standpunt vloeit voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. De rechtbank heeft echter hiervoor al geoordeeld dat de FML correct is opgesteld. De rechtbank heeft dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de geselecteerde functies. Deze functies mochten dus worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
4.5.
De rechtbank merkt ten overvloede nog op dat zij zich ervan bewust is dat het systeem van de WIA, in combinatie met het feit dat eiseres tegen een relatief laag uurloon werkzaam was, ertoe kan leiden dat zij minder snel arbeidsongeschikt in de zin van de WIA wordt beschouwd dan iemand met dezelfde beperkingen en een hoger loon. Dat is iets wat de rechtbank niet kan wijzigen. De rechtbank toetst het bestreden besluit. De beroepsgronden van eiseres tegen het bestreden besluit slagen dan ook niet.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets veranderd: de afwijzing van haar aanvraag voor een WIA-uitkering blijft in stand. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.