ECLI:NL:RBZWB:2025:8736
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering op basis van medische beoordeling en arbeidsongeschiktheid
In deze zaak heeft eiseres op 17 augustus 2022 een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het UWV heeft deze aanvraag op 9 augustus 2023 afgewezen, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar bleef het UWV bij deze afwijzing, wat leidde tot beroep bij de rechtbank. Tijdens de zitting op 4 december 2025 heeft eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde, haar standpunt toegelicht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de subjectieve beleving van eiseres, die lijdt aan fibromyalgie, niet doorslaggevend is. De objectief medisch vast te stellen beperkingen zijn bepalend voor de beoordeling. Eiseres heeft geen nieuwe medische informatie overgelegd die haar standpunt zou ondersteunen. De rechtbank concludeert dat de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) correct is opgesteld en dat de geselecteerde functies voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid medisch geschikt zijn. De rechtbank is zich ervan bewust dat het systeem van de WIA kan leiden tot ongelijkheid in de beoordeling van arbeidsongeschiktheid, maar kan hier niets aan veranderen. Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, wat betekent dat de afwijzing van de WIA-aanvraag in stand blijft.