Eiseres, Stichting GGZ Breburg Groep, heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op de aanvraag voor herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een voormalige werknemer op grond van de WIA.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Eiseres had het UWV op 18 juni 2025 ingebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit. Het UWV gaf aan dat een medisch onderzoek noodzakelijk is en er een tekort aan artsencapaciteit is, waardoor zij niet kon aangeven wanneer het besluit zou volgen.
De rechtbank stelt een redelijke termijn van vier maanden vast waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen. Voor elke dag dat het UWV deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 december 2025.