ECLI:NL:RBZWB:2025:8599

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
BRE 25/1565, BRE 25/1566, BRE 25/1567, BRE 25/1568
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van WOZ-waarden en aanslagen onroerendezaakbelastingen door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedateerd 4 december 2025, wordt het beroep van een belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen beoordeeld. De heffingsambtenaar had de waarde van de onroerende zaak, gelegen aan [adres] te [plaats], vastgesteld op verschillende waardepeildata: € 436.000 op 1 januari 2019, € 454.000 op 1 januari 2020, € 793.000 op 1 januari 2021 en € 897.000 op 1 januari 2022. Deze waardevaststellingen leidden tot aanslagen onroerendezaakbelastingen (OZB) voor de jaren 2020, 2021, 2022 en 2023. De heffingsambtenaar verklaarde de bezwaren van de belanghebbende ongegrond.

De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 behandeld, waarbij partijen ter zitting een compromis hebben bereikt. Het compromis houdt in dat de WOZ-beschikkingen voor de jaren 2020 en 2021 in stand blijven, terwijl de WOZ-beschikking voor 2022 wordt verlaagd tot € 628.000 en voor 2023 tot € 626.000. Daarnaast is overeengekomen dat voor elk jaar de maximale dwangsom van € 1.442 wordt toegekend, vermeerderd met wettelijke rente bij te late betaling. De heffingsambtenaar moet ook het griffierecht van € 53 aan de belanghebbende vergoeden.

De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en kent de belanghebbende een totale proceskostenvergoeding van € 155,46 toe, inclusief reiskosten en verletkosten. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen zes weken na bekendmaking.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/1565, 25/1566, 25/1567, 25/1568
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 4 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 27 januari 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op waardepeildatum 1 januari 2019 vastgesteld op € 436.000, op waardepeildatum 1 januari 2020 vastgesteld op € 454.000, op waardepeildatum 1 januari 2021 vastgesteld op € 793.000 en op waardepeildatum 1 januari 2022 vastgesteld op € 897.000 (de WOZ-beschikkingen). Met deze waardevaststellingen zijn aan belanghebbende ook de aanslagen onroerendezaakbelastingen van de gemeente Drimmelen voor de jaren 2020, 2021, 2022 en 2023 opgelegd (de aanslagen OZB).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, vergezeld van zijn echtgenote en, namens de heffingsambtenaar, [naam 1] en [naam 2] .

Beoordeling door de rechtbank

2. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Partijen zijn overeengekomen dat de WOZ-beschikkingen voor de jaren 2020 en 2021 in stand blijven, de WOZ-beschikking voor 2022 wordt verlaagd tot € 628.000 en de WOZ-beschikking voor 2023 wordt verlaagd tot € 626.000. Verder is overeengekomen dat voor ieder jaar de maximale dwangsom van € 1.442 wordt toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente voor zover de betaling te laat is. Tot slot zijn partijen overeengekomen dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53 aan belanghebbende zal vergoeden. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en de beroepen gegrond verklaren.

Conclusie en gevolgen

3. De beroepen zijn gegrond.
3.1.
Omdat de beroepen gegrond zijn krijgt belanghebbende ook een vergoeding van zijn proceskosten. Belanghebbende heeft recht op een vergoeding van de reiskosten die hij heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting op basis van openbaar vervoer tweede klasse. De rechtbank zal daarom een reiskostenvergoeding van € 11,48 toekennen. Ook ziet de rechtbank aanleiding voor een vergoeding van de verletkosten voor een bedrag van € 143,98. De vergoeding bedraagt in totaal € 155,46.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar ten aanzien van de jaren 2022 en 2023;
- vermindert de WOZ-waarde van de woning voor het jaar 2022 tot een bedrag van € 628.000;
- vermindert de aanslag OZB voor het jaar 2022 dienovereenkomstig;
- vermindert de WOZ-waarde van de woning voor het jaar 2023 tot een bedrag van € 626.000;
- vermindert de aanslag OZB voor het jaar 2023 dienovereenkomstig;
- stelt vast dat de heffingsambtenaar voor de jaren 2020, 2021, 2022 en 2023 de maximale dwangsommen van € 1.442 verbeurt;
- bepaalt dat voor zover de toegekende dwangsommen niet tijdig worden betaald, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 155,46 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.J.A. Miseré, griffier, op 4 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De rechter is buiten staat om deze uitspraak mede te ondertekenen.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.