ECLI:NL:RBZWB:2025:8594

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
BRE 25/289
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken persoonlijke ondertekening beroepschrift parkeerbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. Het beroepschrift is op 10 januari 2025 ingediend, maar was niet persoonlijk ondertekend. De rechtbank heeft belanghebbende meerdere malen verzocht het verzuim te herstellen door het beroepschrift alsnog persoonlijk te ondertekenen.

Ondanks deze verzoeken, waaronder een aangetekende brief die op 26 februari 2025 is bezorgd, heeft belanghebbende het beroepschrift niet ondertekend en geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een persoonlijke ondertekening van het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/289

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 6 januari 2025. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het beroepschrift niet persoonlijk is ondertekend en dat het verzuim niet tijdig is hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet het beroepschrift persoonlijk hebben ondertekend. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is het beroepschrift ondertekend?
4. Het beroepschrift is op 10 januari 2025 ingediend door belanghebbende. Hij heeft het beroepschrift echter niet persoonlijk ondertekend. Er staat geen handtekening op het beroepschrift. De rechtbank heeft op 20 januari 2025 belanghebbende verzocht om tot uiterlijk 17 februari 2025 het beroepschrift persoonlijk te ondertekenen. De rechtbank heeft belanghebbende wederom op 25 februari 2025 verzocht om binnen twee weken het verzuim te herstellen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 26 februari 2025 om 14:38 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Belanghebbende heeft het beroepschrift niet binnen die termijn ondertekend.
Is het verzuim verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, eerste en tweede lid van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.