ECLI:NL:RBZWB:2025:8583

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
25/1858
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke zaak

Op 8 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak met zaaknummer BRE 25/1858. Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. N. Kose-Albayrak, had een verzoek ingediend om de Dienst Toeslagen te veroordelen in de proceskosten na het intrekken van zijn beroep tegen een besluit van 17 februari 2025. Dit besluit betrof een bezwaar tegen de vastgestelde compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. Verzoeker trok zijn beroep in omdat hij meer informatie had ontvangen over de werkelijke schade en zijn formele punten van beroep in dat traject ingebracht zouden worden. Hij meende dat het noodzakelijk was om beroep in te stellen, omdat zijn persoonlijk dossier niet was verstrekt in de bezwaarprocedure.

De rechtbank heeft de Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. De Dienst Toeslagen stelde dat er geen sprake was van tegemoetkoming aan het beroep en dat er geen noodzaak was om beroep in te stellen. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. De rechtbank oordeelde dat er geen aanleiding was om de Dienst Toeslagen te veroordelen in de proceskosten, omdat verzoeker niet was tegemoetgekomen en het volledige bezwaardossier was verstrekt in de bezwaarprocedure. De rechtbank concludeerde dat verzoeker niet gevolgd kon worden in zijn stelling dat hij genoodzaakt was om beroep in te stellen vanwege het ontbreken van relevante stukken.

De beslissing van de rechtbank was dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten werd afgewezen. Deze uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet tegen deze uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1858

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. N. Kose-Albayrak),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van 17 februari 2025, een besluit op het bezwaar van verzoeker tegen vastgestelde compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat hij in het traject van de vaststelling van de werkelijke schade meer informatie heeft ontvangen en omdat zijn formele punten van beroep ingebracht zullen worden in het traject van de vaststelling van de werkelijke schade. Omdat het persoonlijk dossier niet is verstrekt in de bezwaarprocedure is verzoeker van mening dat het noodzakelijk was om beroep in te stellen en dat er aanleiding bestaat om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
1.1.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft gesteld dat er geen sprake is van een geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan het beroep. Verder heeft verweerder er op gewezen dat er geen noodzaak was om beroep in te stellen vanwege het uitblijven van het verstrekken van een persoonlijk dossier. Daarbij heeft verweerder verwezen naar het verweerschrift. Een afschrift van de reactie van verweerder is bij deze uitspraak gevoegd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2] De rechtbank moet dus beoordelen of geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. Zoals verweerder terecht heeft opgemerkt is daarvan geen sprake.
4. Ook anderszins bestaat er geen aanleiding om over te gaan tot een veroordeling in de proceskosten. Uit het dossier blijkt dat in bezwaar het volledige bezwaardossier is verstrekt aan verzoeker. Daarmee heeft verweerder aan zijn verplichting om de op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen voldaan. [3] Verzoeker wordt dus niet gevolgd in zijn stelling dat hij vanwege het ontbreken van relevante stukken genoodzaakt was om beroep in te stellen.
5. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal het verzoek van verzoeker worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).