ECLI:NL:RBZWB:2025:8548

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
11790998 \ AZ VERZ 25-28 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • mr. Swaanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet en loonvordering werknemer tegen werkgever

In deze zaak heeft een werknemer, die per 1 april 2025 in dienst trad bij een werkgever, op 21 juni 2025 ontslag op staande voet genomen. Dit ontslag volgde op het uitblijven van loonbetalingen door de werkgever. De werkgever is niet verschenen in de procedure. De werknemer heeft verzocht om de arbeidsovereenkomst te ontbinden en om betaling van achterstallig loon, een transitievergoeding, een billijke vergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de werknemer terecht ontslag op staande voet heeft genomen vanwege het niet betalen van loon door de werkgever. De kantonrechter heeft de verzoeken van de werknemer grotendeels toegewezen, inclusief de billijke vergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. De werkgever is veroordeeld tot betaling van de achterstallige bedragen en tot afgifte van bepaalde zaken aan de werknemer. De proceskosten zijn voor rekening van de werkgever.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11790998 \ AZ VERZ 25-28
Beschikking van 3 december 2025
in de zaak van
[werknemer],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: [gemachtigde] , FNV,
tegen
[werkgever] , H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werkgever] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- de mondelinge behandeling van 25 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[werknemer] , geboren [datum] 1999, is per 1 april 2025 voor bepaalde tijd tot 1 oktober 2025 in dienst getreden van [werkgever] , in de functie van Leidinggevende bediening met een loon van € 2.575,20 bruto per maand en met een arbeidsomvang van 40 uur per week. Partijen hebben hiervoor een arbeidsovereenkomst gesloten die zij op 8 april 2025 hebben ondertekend.
2.2.
Voorafgaand aan deze arbeidsovereenkomst heeft [werknemer] in februari en maart 2025 ook werkzaamheden verricht voor [werkgever] .
2.3.
Op 28 april 2025 heeft [werknemer] zich ziek gemeld.
2.4.
Op 21 juni 2025 heeft [werknemer] ontslag op staande voet genomen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[werknemer] verzoekt – samengevat – de kantonrechter:
a. de tussen [werkgever] en [werknemer] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens de daarvoor aangevoerde omstandigheden die maken dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen,
[werkgever] te veroordelen tot
betaling van € 6.842,61 bruto, te vermeerderen met vakantietoeslag, wegens achterstallig loon over de periode februari tot en met 21 juni 2025 en te vermeerderen met de wettelijke verhoging en rente,
betaling van € 231,77 bruto wegens transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en rente,
betaling van € 8.343,65 bruto wegens billijke vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en rente,
betaling van € 2.575,83 bruto wegens gefixeerde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en rente,
betaling van € 1.159,59 wegens buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met rente,
afgifte van – in dezelfde staat waarin deze destijds in bruikleen zijn gegeven – een televisie, een HDMI-kabel van 5 meter, ruim 80 miniatuurfiguren, twee boeken met battlemaps en een bouwset van een tempel-battlemap.
Daarnaast verzoekt [werknemer] [werkgever] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[werknemer] stelt – samengevat – dat hij ondanks verzoeken daartoe geen enkele keer loon heeft ontvangen van [werkgever] . [werknemer] heeft op 21 juni 2025 ontslag op staande voet genomen, omdat hij nog steeds geen loon had ontvangen. [werknemer] stelt dat [werkgever] een dringende reden heeft gegeven om ontslag op staande voet te nemen, omdat zij weigerde loon uit te betalen. [werkgever] heeft daardoor ernstig verwijtbaar gehandeld dan wel nagelaten. [werknemer] maakt om die reden ook aanspraak op vergoedingen.
3.3.
[werknemer] heeft op de mondelinge behandeling zijn verzoek onder punt a. gewijzigd en verzoekt in plaats daarvan de kantonrechter voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd per 21 juni 2025 is geëindigd op grond van artikel 7:677 lid 1 juncto artikel 7:679 lid 2, onderdeel c, BW. Daarnaast heeft [werknemer] zijn verzoek onder punt g. verminderd en verzoekt hij [werkgever] te veroordelen tot afgifte van twee hoezen die behoren bij de twee boeken met battlemaps en tot afgifte van de ontbrekende clips (waaronder t-clips) die behoren bij de tempel-battlemap.
3.4.
[werkgever] is niet verschenen in deze procedure.

4.De beoordeling

Verzoek a. (verklaring voor recht)
4.1.
[werknemer] heeft op 21 juni 2025 wegens een dringende reden ontslag op staande voet genomen, omdat hij onder andere geen loon heeft ontvangen. [werkgever] heeft dit niet weersproken. De verklaring voor recht is gelet hierop toewijsbaar.
Verzoek b. (loon, vakantietoeslag en wettelijke verhoging)
4.2.
[werknemer] heeft verzocht [werkgever] te veroordelen tot betaling van het achterstallig loon over de maanden februari en maart 2025 (87,5 uren) voor een bedrag van € 1.299,98 bruto, april 2025 voor een bedrag van € 2.575,20 bruto, mei 2025 (70% van € 2.575,20) voor een bedrag van € 1.802,64 bruto en over de periode 1 tot 21 juni 2025 (70% van € 1.663,98) voor een bedrag van € 1.164,79 bruto. [werknemer] heeft daarnaast verzocht deze bedragen te verhogen met 8% vakantiegeld. Ook maakt [werknemer] aanspraak op de wettelijke verhoging omdat het loon niet (tijdig) is betaald. Het achterstallig loon bedraagt in totaal € 7.390,02 bruto inclusief vakantiegeld en de wettelijke verhoging bedraagt € 3.695,01 bruto (50% van € 7.390,02). [werkgever] heeft dit niet weersproken zodat dit verzoek, te vermeerderen met de wettelijke rente, toewijsbaar is.
Verzoek c. (transitievergoeding)
4.3.
[werknemer] heeft verzocht de transitievergoeding toe te wijzen. Dit is toewijsbaar omdat [werkgever] [werknemer] een dringende reden heeft gegeven om ontslag op staande voet te nemen. [werkgever] heeft namelijk geen loon betaald over de periode februari tot en met 21 juni 2025. [werkgever] heeft daardoor ernstig verwijtbaar gehandeld dan wel nagelaten. [werknemer] heeft de transitievergoeding berekend over de periode 1 april tot 21 juni 2025 en komt daarbij uit op een bedrag van € 231,77. Dat is niet juist aangezien bij regelmatige opzegging de arbeidsovereenkomst tot 1 augustus 2025 had geduurd. Gelet hierop bedraagt de toe te wijzen transitievergoeding € 311,56 bruto. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen vanaf 22 juli 2025 (een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd). De verzochte wettelijke verhoging wordt afgewezen, omdat een transitievergoeding geen verlate betaling van loon betreft.
Verzoek d. (billijke vergoeding)
4.4.
Zoals hiervoor is overwogen heeft [werkgever] ernstig verwijtbaar gehandeld dan wel nagelaten door [werknemer] geen loon te betalen. [werknemer] heeft verzocht een bedrag van € 8.343,65 bruto wegens billijke vergoeding toe te wijzen. Dit is gelijk aan drie maanden loon inclusief vakantietoeslag (de periode dat de arbeidsovereenkomst zonder een ontslag op staande voet zou hebben geduurd). [werkgever] heeft hiertegen geen verweer gevoerd, zodat dit toewijsbaar is. De verzochte wettelijke verhoging wordt afgewezen, omdat een billijke vergoeding geen verlate betaling van loon betreft. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.
Verzoek e. (gefixeerde schadevergoeding/onregelmatige opzegging)
4.5.
[werknemer] heeft verzocht een gefixeerde schadevergoeding toe te wijzen, omdat de arbeidsovereenkomst door het handelen/nalaten van [werkgever] eerder dan de wettelijke opzegtermijn voorschrijft (een maand) is geëindigd. Dit verzoek is toewijsbaar. De arbeidsovereenkomst is op 21 juni 2025 geëindigd en indien de wettelijke opzegtermijn van een maand had kunnen worden gehanteerd, had de arbeidsovereenkomst tot 1 augustus 2025 geduurd. [werknemer] heeft over deze periode een vergoeding verzocht van € 2.575,83 bruto (70% van het loon € 3.679,76). Dat is niet juist omdat volgens artikel 7:677 lid 3, onderdeel a, BW de vergoeding gelijk dient te zijn aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. De vergoeding dient om die reden berekend te worden aan de hand van 100% loon.
Gelet hierop is een bedrag van € 3.708,29 bruto inclusief vakantiegeld (21 t/m 30 juni is € 858,40 + juli is € 2.575,20 is totaal € 3.433,60 + 8%) toewijsbaar. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen vanaf 21 juni 2025 (de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd). De verzochte wettelijke verhoging wordt afgewezen, omdat de gefixeerde schadevergoeding geen verlate betaling van loon betreft.
Verzoek f. (buitengerechtelijke incassokosten)
4.6.
[werknemer] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, omdat hiervoor werkzaamheden zijn verricht. [werkgever] heeft dit niet weersproken zodat dit verzoek toewijsbaar is. Aangezien een bedrag van totaal € 23.448,53 toewijsbaar is, wordt een bedrag van € 1.009,49 wegens buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Dit bedrag is berekend volgens het tarief dat is bepaald in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De wettelijke rente over dit bedrag is ook toewijsbaar en wel vanaf 10 juli 2025, de dag waarop het verzoekschrift is ingediend.
Verzoek g. (afgifte zaken)
4.7.
[werknemer] verzoekt na vermindering van zijn verzoek de veroordeling van [werkgever] tot afgifte van twee hoezen die behoren bij de twee boeken met battlemaps en tot afgifte van de ontbrekende clips (waaronder t-clips) die behoren bij de tempel-battlemap. [werkgever] heeft dit niet weersproken zodat dit verzoek toewijsbaar is, met dien verstande dat [werkgever] tot afgifte dient over te gaan binnen 5 dagen na betekening van deze beschikking.
Proceskosten
4.8.
[werkgever] wordt veroordeeld in de proceskosten omdat [werkgever] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden vastgesteld op € 935,00 (€ 257,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd per 21 juni 2025 is geëindigd op grond van artikel 7:677 lid 1 juncto artikel 7:679 lid 2, onderdeel c, BW,
5.2.
veroordeelt [werkgever] om binnen twee dagen na betekening van deze beschikking aan [werknemer] te betalen € 7.390,02 bruto inclusief vakantiegeld wegens achterstallig loon over de periode 1 februari tot 21 juni 2025, te verhogen met € 3.695,01 bruto wegens wettelijke verhoging, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot aan de dag dat alles is betaald,
5.3.
veroordeelt [werkgever] om binnen twee dagen na betekening van deze beschikking aan [werknemer] te betalen € 311,56 bruto wegens transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 22 juli 2025 tot aan de dag dat alles is betaald,
5.4.
veroordeelt [werkgever] om binnen twee dagen na betekening van deze beschikking aan [werknemer] te betalen € 8.343,65 wegens billijke vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking tot aan de dag dat alles is betaald,
5.5.
veroordeelt [werkgever] om binnen twee dagen na betekening van deze beschikking aan [werknemer] te betalen € 3.708,29 bruto wegens gefixeerde schadevergoeding/onregelmatige opzegging, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 21 juni 2025 tot aan de dag dat alles is betaald,
5.6.
veroordeelt [werkgever] om binnen twee dagen na betekening van deze beschikking aan [werknemer] te betalen € 1.009,49 wegens buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2025 tot aan de dag dat alles is betaald,
5.7.
veroordeelt [werkgever] om binnen 5 dagen na betekening van deze beschikking tot afgifte over te gaan aan [werknemer] van twee hoezen die behoren bij de twee boeken met battlemaps en tot afgifte van de ontbrekende clips (waaronder t-clips) die behoren bij de tempel-battlemap,
5.8.
veroordeelt [werkgever] in de proceskosten van € 935,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werkgever] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.9.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [1] ,
5.10.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.

Voetnoten

1.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.