Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 4 maart 2024 voor zover deze betrekking heeft op de dwangsom;
- stelt de door de heffingsambtenaar te betalen dwangsom vast op € 92,-;
- veroordeelt de heffingsambtenaar om de wettelijke rente over dit bedrag aan belanghebbende te betalen, vanaf 29 april 2024 tot de dag waarop het bedrag is betaald;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 226,75 aan proceskosten aan belanghebbende;
- beslist dat voor zover de proceskostenvergoeding en het te vergoeden griffierecht niet tijdig worden betaald, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.