ECLI:NL:RBZWB:2025:8444
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen last onder dwangsom wegens te late indiening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg waarin zijn bezwaar tegen het opleggen van een last onder dwangsom niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank beoordeelt of het beroep tijdig is ingediend.
De beroepschrifttermijn bedraagt zes weken en begint te lopen de dag na de bekendmaking van het besluit. Het bestreden besluit is op 26 juli 2024 verzonden. Eiser heeft aangevoerd dat hij het besluit pas na zijn vakantie op 8 of 9 augustus 2024 heeft gezien, maar heeft geen feiten gesteld die de verzenddatum betwisten. De rechtbank stelt vast dat de termijn op 27 juli 2024 is begonnen en op 6 september 2024 is geëindigd.
Eiser heeft het beroep op 9 september 2024 ingediend, dus te laat. Zijn reden dat hij op vakantie was en het besluit niet eerder kon zien, wordt niet als verontschuldiging aanvaard. De rechtbank benadrukt dat het de eigen verantwoordelijkheid van eiser is om tijdig over zijn post te beschikken. Omdat het beroep niet tijdig is ingediend en het te laat indienen niet verontschuldigbaar is, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare reden.