ECLI:NL:RBZWB:2025:8426
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning in Breda
Belanghebbende is eigenaar van een portiekflat uit 1975 te Breda waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2023 is vastgesteld op €222.000. De heffingsambtenaar gebruikte de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen om de waarde te bepalen. Belanghebbende betwistte de waarde en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de verslechterde staat, het onderhoud, het energieniveau en de ligging van zijn woning.
De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar adequaat rekening heeft gehouden met verschillen, waaronder een neerwaartse correctie van bijna €30.000 voor het ondergemiddelde onderhouds- en voorzieningenniveau. De rechtbank ziet geen aanleiding voor extra correcties voor energie- en kwaliteitsniveau, noch voor de ligging ondanks het verminderde daglicht door bomen.
Gelet op deze overwegingen is de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de aanslag OZB blijft gehandhaafd. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.