ECLI:NL:RBZWB:2025:8414

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
RK 25-016895
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand ex artikel 530 Sv na niet-oplegging straf

De enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 14 oktober 2025 het verzoek van een gewezen verdachte tot vergoeding van kosten rechtsbijstand ex artikel 530 Sv Pro. De strafzaak was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. De verzoeker had kosten van rechtsbijstand en een forfaitaire vergoeding voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift gevorderd.

Tijdens de zitting gaf de raadsman een nadere toelichting op de gevraagde kosten, terwijl de officier van justitie pleitte voor matiging van de kosten. De rechtbank oordeelde dat de toelichting voldoende was en dat er gronden van billijkheid aanwezig waren om de vergoeding toe te kennen.

De rechtbank kende de gevraagde kosten van rechtsbijstand van €2.463,66 toe en het forfaitaire bedrag van €680,00 voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift. De totale vergoeding van €3.143,66 zal worden overgemaakt aan de raadsman. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand wordt toegewezen voor een totaalbedrag van €3.143,66.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 25-016895
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [datum] 1982,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. T. Roggenkamp, advocaat te Roosendaal (Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 23 juni 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 2463,66, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de beslissing op het klaagschrift ex. artikel 552a Sv d.d. 28 maart 2025, waarin het beklag gegrond is verklaard;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 14 oktober 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs en mr. T. Roggenkamp als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.
De raadsman heeft ter zitting een nadere toelichting gegeven met betrekking tot de gevraagde kosten van rechtsbijstand.
De officier van justitie blijft bij het schriftelijk ingenomen standpunt, dat de kosten voor rechtsbijstand gematigd dienen te worden.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
De rechtbank is van oordeel dat de raadsman het verzoek om schadevergoeding genoegzaam heeft toegelicht en derhalve aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn om het verzoek tot schadevergoeding toe te kennen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 2.463,66is, na gegeven toelichting ter zitting, in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 3.143,66, bestaande uit:
- € 2.463,66 aan kosten van rechtsbijstand;
en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 3.143,66zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Van Asselt en Broere Strafrechtadvocaten onder vermelding van “[verzoeker]/RK 24-24-029394”.
Deze beslissing is op 28 oktober 2025 genomen door mr. J.P.M. Hopmans rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 28 oktober 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.