De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 14 oktober 2025 het klaagschrift van klager tegen het strafvorderlijk beslag op een BMW, een horloge en een geldbedrag. Het beslag vond plaats op 7 juni 2025 in het kader van een onderzoek naar drugshandel en witwassen.
Klager voerde aan dat het horloge een verjaardagscadeau was en het geld afkomstig van pintransacties, en dat het voertuig een leaseauto betrof. De officier van justitie stelde dat het beslag op het voertuig zou worden opgeheven en teruggegeven aan de rechthebbende, maar dat het beslag op het geld en horloge gehandhaafd moest blijven vanwege het lopende onderzoek en mogelijke verbeurdverklaring.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag op het voertuig en het geldbedrag rechtvaardigt, vanwege de redelijke verdenking van drugshandel en witwassen. Voor het horloge werd vastgesteld dat dit niet in verband staat met enig strafbaar feit en het beslag daarop werd opgeheven met gelaste teruggave aan klager.
De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk voor het beklag tegen het voertuig, gegrond voor het horloge en ongegrond voor het geldbedrag. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor het Openbaar Ministerie.