ECLI:NL:RBZWB:2025:8404

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
RK 25-018455
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvOpiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op klaagschrift tot opheffing van strafvorderlijk beslag op voertuig, horloge en geldbedrag

De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 14 oktober 2025 het klaagschrift van klager tegen het strafvorderlijk beslag op een BMW, een horloge en een geldbedrag. Het beslag vond plaats op 7 juni 2025 in het kader van een onderzoek naar drugshandel en witwassen.

Klager voerde aan dat het horloge een verjaardagscadeau was en het geld afkomstig van pintransacties, en dat het voertuig een leaseauto betrof. De officier van justitie stelde dat het beslag op het voertuig zou worden opgeheven en teruggegeven aan de rechthebbende, maar dat het beslag op het geld en horloge gehandhaafd moest blijven vanwege het lopende onderzoek en mogelijke verbeurdverklaring.

De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag op het voertuig en het geldbedrag rechtvaardigt, vanwege de redelijke verdenking van drugshandel en witwassen. Voor het horloge werd vastgesteld dat dit niet in verband staat met enig strafbaar feit en het beslag daarop werd opgeheven met gelaste teruggave aan klager.

De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk voor het beklag tegen het voertuig, gegrond voor het horloge en ongegrond voor het geldbedrag. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor het Openbaar Ministerie.

Uitkomst: Het beslag op het horloge wordt opgeheven en teruggegeven, het beslag op het voertuig en geldbedrag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 25-018455
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [geboortedag] 1986,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.H.J. Bals, advocaat te Kloetinge (Noordeinde 16, 4481 BJ Kloetinge),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 14 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt dat op 7 juli 2025 onder klager een voertuig: BMW kenteken [kenteken], een horloge: merk Breitling en een geldbedrag: € 7204,00 in beslag is genomen;
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 14 oktober 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs en mr. A.H.J. Bals als gemachtigd advocaat van klager gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat de goederen door klager niet door een strafbaar feit zijn verkregen en dat klager van deze goederen geen afstand heeft gedaan. Het voertuig betreft een lease auto, het horloge is verjaardagscadeaus van de broer van klager en geldbedrag is afkomstig van pin transacties van klager.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beslag op het voertuig wordt opgeven en dat dit terug geven zal worden aan de rechthebbende. Op 7 juni 2025 zijn de inbeslaggenomen goederen aangetroffen bij een doorzoeking naar aanleiding van een verdenking van drugshandel. Er is nog geen eind proces-verbaal, maar klager zal vervolgd worden voor drugshandel en witwassen. Het is dan ook niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend de verbeurdverklaring van het horloge en het geld zal bevelen. De officier van justitie verzoek het klaagschrift ongegrond te verklaren.
Namens klager is aangevoerd dat aangetoond is dat het horloge niet afkomstig kan zijn van enig misdrijf. Het is niet eerder bekend gemaakt dat klager verdacht wordt van witwassen. Klager heeft een verklaring gegeven met betrekking tot de herkomst van het geld en daar is geen nader onderzoek naar gedaan. De raadsman verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren en de goederen aan klager terug te geven.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: een voertuig: BMW kenteken [kenteken], een horloge: merk Breitling en een geldbedrag: € 7204,00.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende vandat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Voor zover het klaagschrift zich richt tegen het beslag op het voertuig: BMW kenteken [kenteken] stelt de rechtbank vast dat de officier van justitie stelt dat er geen strafvorderlijk belang meer is en dat het voertuig teruggegeven zal worden aan de rechtmatige eigenaar. De rechtbank zal klager voor dit onderdeel niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv Pro. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van de stukken in het huidige dossier naar voren komt dat er een redelijke verdenking bestaat dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de Opiumwet en witwassen. Tijdens een zoeking in de woning van klager zijn grote hoeveelheden drugs en een geldbedrag aangetroffen. Het onderzoek in deze zaak is nog niet afgerond.
De rechtbank overweegt dat het belang van wederrechtelijk verkregen voordeel aantonen van het beslag op het horloge niet langer aan de orde is. De raadsman heeft afdoende aangetoond dat het voorwerp niet in relatie staat tot de verdenking van enig strafbaar feit. Het strafvorderlijk belang verzet zich naar het oordeel van de rechtbank daarom niet tegen teruggave van het horloge.
Het beklag zal daarom op dit onderdeel gegrond worden verklaard.
Nu er in het dossier aanknopingspunten aanwezig zijn, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de het geld afkomstig is van drugshandel, acht de rechtbank het op dit moment niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het geld zal bevelen.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag op het geld.
Het beklag zal daarom op dit onderdeel ongegrond worden verklaard.
Beslissing
De rechtbank verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beklag voor zover het is gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag op de BMW kenteken [kenteken].
De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond voor zover het is gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag op het horloge merk Breitling en gelast de teruggave daarvan aan klager.
Voor het overige verklaart de rechtbank het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. J.P.M. Hopmans, rechter,
in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beslissing.