ECLI:NL:RBZWB:2025:8400
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde horecaobject volgens HWK-methode bevestigd door rechtbank
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een horecaobject, gelegen aan de rand van het buitengebied, vastgesteld op € 1.568.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde en onderbouwde dit met een taxatierapport waarin de HWK-methode werd toegepast, waarbij een kapitalisatiefactor van 9 en vergelijkbare referentieobjecten werden gebruikt.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde van de extra grond te hoog was vastgesteld en dat onvoldoende rekening was gehouden met de onderhoudsstaat van het souterrain. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de gehanteerde prijs van € 40 per m2 voor de extra grond passend was, gezien de bestemming horeca en het afnemend grensnut.
De rechtbank concludeerde dat de kwaliteit en onderhoudsstaat van het object voldoende waren en dat een lagere waardering van het souterrain niet gerechtvaardigd was. Ook achtte de rechtbank de gehanteerde kapitalisatiefactor en huurwaarde, die lager waren dan de gemiddelden van referentieobjecten, aannemelijk.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 1.568.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.