ECLI:NL:RBZWB:2025:8399

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
25/906, 25/1781 en 25/1782
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak ter verbetering van kostenvaststelling in onteigeningsbeschikking gemeente Moerdijk

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 november 2025 een hersteluitspraak gedaan ter verbetering van haar eerdere uitspraak van 1 oktober 2025 in een bestuursrechtelijke onteigeningszaak betreffende de gemeente Moerdijk.

De verbetering betreft een fout in de vaststelling van de kosten die belanghebbende 2 redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het verzoek. In de oorspronkelijke uitspraak werd het bedrag vastgesteld op €20.039,42, terwijl dit op grond van de overige overwegingen €27.133,45 had moeten zijn. Deze fout is in zowel de overweging als het dictum gecorrigeerd.

De rechtbank heeft geoordeeld dat deze correctie redelijkerwijs kenbaar was voor partijen en heeft de verbetering derhalve doorgevoerd. De rest van de uitspraak blijft ongewijzigd. Er staat geen rechtsmiddel open tegen deze hersteluitspraak en de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak wordt hierdoor niet gewijzigd.

Uitkomst: De rechtbank corrigeert de kostenvaststelling voor belanghebbende 2 van €20.039,42 naar €27.133,45 in de onteigeningsuitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummers: 25/906, 25/1781 en 25/1782
hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van de meervoudige kamer van 1 oktober 2025 op het verzoek om bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking van

de gemeenteraad van de gemeente Moerdijk (de raad),

(gemachtigde: mr. H.X. Botter).
Tegen de onteigeningsbeschikking zijn bedenkingen ingediend door belanghebbenden:
[belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] ,uit [plaats] , belanghebbenden 1,
(gemachtigde: [gemachtigde]),
[belanghebbende 3] ,uit [plaats] , belanghebbende 2,
(gemachtigde: mr. E.H.E.J. Wijnen).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft geconstateerd dat zij in de uitspraak van 1 oktober 2025 een fout heeft gemaakt bij de vaststelling van de kosten die belanghebbende 2 in verband met
de behandeling van het verzoek naar aard en omvang redelijkerwijs heeft moeten maken. In overweging 11.4 van de uitspraak staat dat de rechtbank die kosten heeft vastgesteld op een totaalbedrag van € 20.039,42. Gelet op de rest van de overweging had daar een totaalbedrag moeten staan van € 27.133,45. In het dictum (laatste streepje) van de uitspraak staat ook ten onrechte € 20.039,42, terwijl daar € 27.133,45 had moeten staan.
2. Aangezien de fout redelijkerwijs kenbaar voor partijen was, zal de rechtbank deze verbetering doorvoeren.

De beslissing

De rechtbank:
  • verbetert de fout in de uitspraak van 1 oktober 2025 op de wijze als onder 1 omschreven en stelt vast dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen;
  • laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
Deze hersteluitspraak is gedaan door, mr. R.P. Broeders, voorzitter, mr. T. Peters, en, mr. A.G.J.M. de Weert, leden, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 27 november 2025 en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open. Deze hersteluitspraak brengt ook geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.