ECLI:NL:RBZWB:2025:8384

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
C/02/439274 FA RK 25-4431
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing uitsluitend gebruik echtelijke woning aan man op grond van mondelinge afspraak

Partijen zijn gehuwd sinds 2016 en wonen in een huurwoning. Door spanningen kunnen zij niet samen in de woning verblijven. De vrouw woont sinds meer dan een jaar bij haar ouders in Duitsland en zoekt werk en woonruimte, maar zonder succes. De man woont in de woning en kan bij zijn broer niet terecht vanwege zorgverplichtingen.

De vrouw verzoekt het uitsluitend gebruik van de woning toe te wijzen aan haar met het bevel dat de man de woning moet verlaten. De man verzoekt hetzelfde, maar aan hem toe te wijzen en de vrouw te verbieden de woning te betreden.

De man stelt dat partijen een mondelinge overeenkomst sloten dat de vrouw zou verhuizen en hij in de woning zou blijven. De vrouw bevestigt deze afspraak maar wil nu terugkeren omdat haar situatie onhoudbaar is. De rechtbank oordeelt dat de mondelinge afspraak nagekomen moet worden en kent het uitsluitend gebruik toe aan de man. Het verzoek van de vrouw wordt afgewezen.

Uitkomst: De man krijgt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegewezen en de vrouw wordt verboden de woning te betreden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/439274 FA RK 25-4431
Datum uitspraak: 1 oktober 2025
Beschikking betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [plaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. W.H.P de Jongh,
en
[de man],
wonende te [plaats],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. C. Bayrak.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 29 augustus 2025 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
- het op 9 september 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek, met bijlagen;
- de F9-formulieren van mr. De Jongh van 11 september 2025, met bijlage, en 12 september 2025, met bijlagen;
- het F9-formulier van mr. Bayrak van 12 september 2025, met bijlagen.
1.2. De zaak is behandeld op de zitting van 15 september 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Verder werd de vrouw bijgestaan door een tolk.

2.De verzoeken

2.1.
De vrouw verzoekt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning gelegen aan [adres] [plaats] (hierna: de woning), en de zich daarin bevindende inboedel, met bevel dat de man die woning dient te verlaten en deze verder niet meer mag betreden behoudens met voorafgaande instemming van de vrouw.
2.2.
De man verzoekt het uitsluitend gebruik van de woning en de zich daarin bevindende inboedelgoederen, met bevel dat de vrouw de woning niet meer mag betreden.

3.De beoordeling

3.1.
Partijen zijn op 12 januari 2016 gehuwd in de gemeente Roosendaal. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren. Partijen wonen in de huurwoning aan [adres] [plaats].
3.2.
De vrouw legt het volgende aan haar verzoek ten grondslag. In verband met grote spanningen tussen partijen, kunnen zij niet samen in de woning verblijven. Op dit moment verblijft de vrouw bij haar ouders in Duitsland (waar ze eigenlijk ook niet meer kan verblijven) of bij een vriendin. Die situatie is niet houdbaar. Op de zitting heeft de vrouw aangevoerd dat zij de afgelopen periode bezig is geweest met het zoeken naar een baan, maar nergens kan starten omdat zij geen woonruimte heeft. Het lukt haar echter ook niet om woonruimte te vinden. Zij wil dus graag terug naar de woning, om vanuit daar te zoeken naar een baan. Verder heeft zij psychologische hulp nodig, maar ook die kan niet worden opgestart omdat zij geen woonruimte heeft. De man heeft wel alternatieve woonruimte. Hij kan namelijk bij zijn alleenwonende broer verblijven in [plaats].
3.3.
De man voert gemotiveerd verweer. Hij stelt zich primair op het standpunt dat partijen een mondelinge overeenkomst hebben gesloten, inhoudende dat de vrouw naar Duitsland zou verhuizen en de man in de echtelijke woning zou blijven. De vrouw woont al meer dan een jaar bij haar ouders in Duitsland en de vrouw heeft in die gehele periode geen enkele poging ondernomen om opnieuw in de woning te gaan wonen. Pas een jaar nadat de vrouw de woning heeft verlaten, heeft zij voor het eerst te kennen gegeven alsnog aanspraak te willen maken op de woning. Van de vrouw mocht, gelet op het aanzienlijke tijdsverloop en haar toezeggingen dat zij in Duitsland werk en een woning zou zoeken, worden verwacht dat zij zich actief zou inspannen met het vinden van werk en woonruimte. Subsidiair stelt de man zich op het standpunt dat hij een groter belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de woning dan de vrouw. Zij heeft de woning vrijwillig verlaten en verblijft bij haar ouders. Zij kan daar ook blijven. De man heeft daartegenover geen alternatieve woonruimte. Hij kan niet bij zijn broer terecht. Daar is geen ruimte voor hem en zijn broer heeft een zorgregeling met zijn kinderen. De man heeft verder vanwege zijn psychische gesteldheid een stabiele en rustige woonomgeving nodig. Gelet op het voorgaande doet de man een zelfstandig verzoek het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem toe te kennen.
3.4.
Op de zitting heeft de vrouw in reactie op het primaire standpunt van de man aangegeven dat het juist is dat partijen hebben afgesproken dat de vrouw de woning zou verlaten en op zoek zou gaan naar een andere woning en werk. Zij heeft de woning vervolgens verlaten en is drukdoende met het zoeken naar werk en een woning. Echter, tot op heden is zij niet geslaagd in die zoektocht. Zij verblijft nu afwisselend bij haar ouders en een vriendin, maar dat is niet langer houdbaar en daarom wenst zij terug te keren naar de woning. Gelet op deze verklaring van de vrouw komt de rechtbank tot de conclusie dat partijen de mondelinge afspraak hebben gemaakt dat de man gebruik zou blijven maken van de woning en de vrouw andere woonruimte zou betrekken. Partijen moeten deze afspraak naar het oordeel van de rechtbank nakomen. Dat het de vrouw niet lukt om eigen woonruimte te vinden maakt niet dat zij, tegen de mondelinge afspraak in, alsnog aanspraak kan maken op het uitsluitend gebruik van de woning. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de man toewijzen. Het verzoek van de vrouw zal worden afgewezen.
4. De beslissing
De rechtbank:
4.1.
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, daarbij inbegrepen de inboedelgoederen, gelegen aan [adres] [plaats], en beveelt de vrouw die woning verder niet te betreden;
4.2.
wijst het verzoek van de vrouw af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Reijerse, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.