ECLI:NL:RBZWB:2025:8350

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
BRE 25/2183
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen door UWV

Kolibrie Payrolling B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar bezwaar van 16 april 2024. Nadat het UWV op 20 mei 2025 alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in. Verzoekster verzocht vervolgens de rechtbank om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten.

De rechtbank stelde het verzoek tot proceskostenvergoeding aan verzoekster toe. Het UWV erkende de aansprakelijkheid en stemde in met een proceskostenvergoeding, rekening houdend met de zwaarte van de zaak. De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen en dat dit aanleiding gaf tot veroordeling in de proceskosten.

De vergoeding werd vastgesteld op €453,50, bestaande uit kosten voor het indienen van het beroepschrift, aangezien de zaak uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €385,- door het UWV aan verzoekster moet worden vergoed, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.

De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 21 november 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan Kolibrie Payrolling B.V. wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2183

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2025 in de zaak tussen

Kolibrie Payrolling B.V., uit Tilburg, verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar bezwaar gedateerd 16 april 2024. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 20 mei 2025 alsnog op het bezwaar heeft beslist.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat hij akkoord is met een veroordeling in de proceskosten in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het UWV verzoekt de rechtbank rekening te houden met de zwaarte van de zaak.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 9 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van verzoekster tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar ontvangen. Het UWV heeft op 20 mei 2025 alsnog beslist op het bezwaar van verzoekster. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 21 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.