Op 12 augustus 2025 werd verdachte samen met een medeverdachte gecontroleerd in een auto waarin ongeveer 2 kilo heroïne werd aangetroffen. Verdachte zat als passagier in de auto en werd verdacht van het opzettelijk uitvoeren, vervoeren en aanwezig hebben van heroïne.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte wist van de heroïne in de auto, waardoor zij werd vrijgesproken van opzet. Wel werd vastgesteld dat verdachte door haar nalatigheid onvoldoende kritisch was en niet doorvroeg naar de situatie, waardoor zij verwijtbaar handelde met betrekking tot het aanwezig hebben van de heroïne.
De rechtbank veroordeelde verdachte daarom tot een gevangenisstraf van twee weken, met aftrek van de tijd in voorarrest. Verdachte hoeft niet terug naar de gevangenis en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.