Op 16 februari 2025 heeft verdachte zijn stiefvader met een mes meerdere keren in het gezicht en de borst gestoken, wat leidde tot diens overlijden. Hoewel verdachte een bekennende verklaring aflegde en het feit wettig en overtuigend bewezen werd verklaard, oordeelde de rechtbank dat verdachte vanwege een ernstige psychotische stoornis niet strafbaar was en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging.
De rechtbank baseerde zich op uitgebreide psychiatrische en psychologische rapporten waaruit bleek dat verdachte leed aan schizofrenie en een ernstige stoornis in het gebruik van cannabis, waardoor hij niet in staat was zijn gedragingen te beheersen of de gevolgen ervan te overzien. Het beroep op noodweer werd verworpen omdat de situatie geen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding betrof.
Gezien het bewezen feit en de ernst van de stoornis werd een tbs-maatregel met dwangverpleging opgelegd, omdat verdachte een hoog recidiverisico vertoont en zonder behandeling en toezicht waarschijnlijk opnieuw ernstig zal ontregelen. De rechtbank achtte minder ingrijpende maatregelen onvoldoende.
De benadeelde partij, de zoon van het slachtoffer, kreeg een affectieschadevergoeding van €17.500 toegekend, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalde dat bij voldoening van deze schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 25 november 2025.