Op 24 november 2025 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant verdachte veroordeeld voor poging tot moord op haar echtgenoot. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met voorbedachten rade en vol opzet haar echtgenoot met een mes in de borst heeft gestoken, waarbij sprake was van meerdere steekwonden. De rechtbank concludeerde dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een persoonlijkheidsstoornis met borderline- en vermijdende trekken.
De feiten speelden zich af in de nacht van 24 op 25 januari 2025 in de echtelijke woning. Verdachte wachtte haar echtgenoot op in de slaapkamer en stak hem meerdere keren met een steakmes, waarbij zij hem uitsprak dat zij hem haatte. Het slachtoffer liep ernstige verwondingen op, maar overleefde het incident. De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat sprake was van enkel onbewust risico en geen voorbedachten rade.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 7 jaar op, rekening houdend met de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid en de ernst van het feit. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €5.540,67 aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. Het mes waarmee het feit werd gepleegd is verbeurd verklaard. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten.