ECLI:NL:RBZWB:2025:8168

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
C/02/441049 / FA RK 25-5387
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Struijs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1948, voor de duur van zes maanden. Betrokkene ontkende geheugen- en oriëntatieproblemen en wilde niet uit zijn huis worden opgenomen, mede vanwege zijn werkzaamheden. Zijn echtgenote en casemanager dementie bevestigden echter een geleidelijke achteruitgang en ernstige overbelasting van de echtgenote.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals de casemanager dementie en de echtgenote. De casemanager bracht naar voren dat betrokkene lijdt aan een uitgebreide neurodegeneratieve stoornis met vergeetachtigheid en desoriëntatie, en dat hij niet zelfstandig kan functioneren. Ambulante thuiszorg en dagbesteding werden geprobeerd, maar betrokkene stond hier nauwelijks voor open.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene daadwerkelijk lijdt aan een psychogeriatrische aandoening die leidt tot ernstig nadeel, waaronder psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit te voorkomen, en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De rechtbank verleende daarom de machtiging voor zes maanden, tot 30 april 2026, ondanks het verzet van betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens psychogeriatrische aandoening en ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441049 / FA RK 25-5387
Datum uitspraak: 31 oktober 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] , [adres] ,
advocaat mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon] , casemanager dementie;
  • de echtgenote van betrokkene.

2.Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene merkt op, nadat de behandelend rechter de reden van haar komst en het verzoek heeft toegelicht, dat bij hem van vergeetachtigheid of van desoriëntatie geen sprake is. Bovendien werkt hij bij [bedrijf] , daarvoor is een goed functionerend geheugen noodzakelijk. Daarom begrijpt hij niet hoe het kan dat volgens de medische verklaring er bij hem een psychogeriatrische stoornis zou zijn vastgesteld. Ook wil hij beslist niet weg uit zijn huis om vervolgens in een zorgaccommodatie te worden opgenomen. Dat zou ook niet kunnen, omdat dit niet met zijn werkzaamheden valt te combineren. Op de vraag wie er kookt en wie de boodschappen doet antwoordt betrokkene “koken heb ik nooit gedaan, maar ik help mijn echtgenote wel” en “het zelf boodschappen doen wordt de laatste tijd minder”. Daarop vult zijn echtgenote aan dat zij de boodschappen doet en dat betrokkene dan met haar mee gaat. Op de vraag of hij aan dagbesteding deelneemt antwoordt betrokkene dat dit niet het geval is, omdat hij zich daar niet thuis voelt en hij bovendien zijn werk heeft.
3.2.
De casemanager dementie brengt naar voren dat zij al sinds enkele jaren betrokken is bij betrokkene en zijn echtgenote. Betrokkene is in 2022 met een uitgebreide neuro-degeneratieve stoornis gediagnostiseerd. Er is sprake van vergeetachtigheid en desoriëntatie in tijd en plaats. Zo spreekt betrokkene over zijn werk bij [bedrijf] , echter is hij al langere tijd niet meer werkzaam. Wel brengt hij nog sporadisch bezoeken aan [bedrijf] voor gepensioneer-den, echter lukt het hem dan niet om aan de gesprekken deel te nemen. Zij ziet bij betrokkene een geleidelijke achteruitgang, waardoor hij in toenemende mate zorg, toezicht en begeleiding nodig heeft. Betrokkene zelf ontkent dat bij hem sprake is van geheugen- en kritiekstoornissen. Ook zegt hij alles nog zelfstandig te kunnen. Echter wordt in de dagelijkse praktijk 24 uur per dag door zijn echtgenote voor betrokkene gezorgd. Geprobeerd is om - ter ontlasting van zijn echtgenote - ambulante thuiszorg in te zetten en betrokkene aan dagbesteding te laten deelnemen. Echter gebleken is dat betrokkene zich voor deze ambulante zorg slechts zeer beperkt open stelt, dat uitbreiding voor hem niet bespreekbaar is en dat ook dagbesteding geen optie is, omdat hij zich daar niet thuis voelt. Ook zijn er vaak conflicten tussen betrokkene en zijn echtgenote. Dit bij elkaar heeft ervoor gezorgd dat de echtgenote van betrokkene ernstig overbelast is geraakt en zij met burn out verschijnselen kampt. Op grond van alle door haar hiervóór toegelichte feiten en omstandigheden kan zij achter het verzoek staan om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de aldus verzochte duur van zes maanden. In het geval door de rechtbank overeenkomstig dat verzoek wordt beslist kan betrokkene per volgende week worden opgenomen bij een zorgaccommodatie in de directe woonomgeving.
3.3.
De echtgenote van betrokkene merkt op dat zij kennis heeft genomen van alle stukken en dat de inhoud daarvan voor haar duidelijk is. Verder heeft zij geen opmerkingen.
3.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat zij vorige week met haar cliënt een voorgesprek heeft gehad over het verzoek. Betrokkene gaf ook toen aan zich niet te herkennen in de inhoud van de medische verklaring en de overige stukken. Hij gaf daarbij uitdrukkelijk aan dat het goed met hem gaat waar hij nu woont en dat hij wil dat dit zo blijft. Betrokkene sprak ook over zijn werk, waar het naar zijn zeggen allemaal goed verloopt, en over zijn ouders, die hem en zijn echtgenote recent nog in het appartement zouden hebben bezocht. Namens betrokkene stelt zij zich met deze toelichting op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde rechterlijke machtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Op grond van de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening samen met een psychische stoornis, te weten een uitgebreide neurodegeneratieve stoornis c.q. dementie.
4.3.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene in toenemende mate kampt met vergeetachtigheid en desoriëntatie in tijd en plaats. Betrokkene blijkt, ofschoon hij dit zelf ontkent, niet langer tot zelfstandig functioneren in staat en is volledig aangewezen op zorg, toezicht en begeleiding, die door zijn echtgenote wordt geboden. Voor de inzet van extra thuiszorg - ter ontlasting van deze echtgenote - stelt betrokkene zich onvoldoende open. Ook blijkt deelname door betrokkene aan dagbesteding geen optie. De echtgenote van betrokkene is door deze situatie ernstig overbelast geraakt.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
4.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.6.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een rechterlijke machtiging verlenen voor een periode van zes maanden, als verzocht.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 april 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025 door mr. Struijs, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier, en op schrift gesteld op 14 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.