De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 31 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft in een GGZ-instelling onder een crisismaatregel. Betrokkene lijdt aan een posttraumatische stressstoornis, middelenverslavingsproblematiek en borderline persoonlijkheidsstoornis, en vertoont een aanhoudend suïcidevoornemen.
De behandelend psychiater lichtte toe dat ondanks klinische opname en medicatiebetrouwbaarheid, betrokkene zich verzet tegen verdere behandeling en nog steeds een ernstig risico op levensgevaar vertoont. De advocaat van betrokkene betwistte het verzoek en vroeg om afwijzing of beperking tot strikt noodzakelijke zorgvormen.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt door een psychische stoornis, en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. Daarom verleende zij een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, met toepassing van maatregelen zoals beperking van bewegingsvrijheid, opname in een accommodatie en controle op gedrag-beïnvloedende middelen.
De machtiging geldt tot en met 21 november 2025. Het verzoek tot overige zorgvormen werd afgewezen wegens gebrek aan noodzaak. De beschikking is in het openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgelegd op 14 november 2025.