De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2019. De minderjarige verblijft in een observatiegroep van Sterk Huis. De kinderrechter heeft eerder al maatregelen getroffen die nu worden geëvalueerd en verlengd.
De GI onderbouwt haar verzoek met het oog op de kwetsbare situatie van de moeder, die kampt met onbehandelde trauma's en onvoldoende weerbaarheid toont, en de onduidelijkheid over het perspectief van de vader, die een observatietraject moet doorlopen om zijn opvoedcapaciteiten te toetsen. De minderjarige reageert positief op de observatiegroep en is aangemeld voor speltherapie.
De moeder erkent de noodzaak van hulpverlening en trauma behandeling, wenst deze ambulant te volgen en staat achter het verlengingsverzoek, maar vraagt om beperking van de machtiging tot uithuisplaatsing tot zes maanden en uitbreiding van contactmomenten met de minderjarige. De vader staat eveneens achter het verlengingsverzoek, volgt een behandeltraject voor zijn verslaving en is bereid tot observatie, maar ziet praktische bezwaren.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 4 november 2026, de machtiging tot uithuisplaatsing tot 4 mei 2026 met aanhouding van het resterende verzoek. Het verzoek tot uitbreiding van contactmomenten wordt afgewezen vanwege de complexiteit en zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder.