De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 28 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1997, wegens een psychische stoornis. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij betrokkene, zijn vader en een ambulant zorgverlener werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
Betrokkene betwistte het bestaan van een psychische stoornis en het ernstig nadeel dat daaraan verbonden zou zijn. Hij gaf aan dat het gedrag in de stukken was overdreven en dat hij vrijwillig medicatie gebruikte. De ambulant zorgverlener bevestigde echter de psychotische kwetsbaarheid en het risico op ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang, en benadrukte de noodzaak van verplichte zorg.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en dat het gedrag leidt tot ernstig nadeel. Er is geen sprake van een minder bezwarend alternatief omdat betrokkene de stoornis ontkent en niet vrijwillig meewerkt aan behandeling. Daarom werd een zorgmachtiging verleend voor zes maanden, met verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperkingen en opname bij decompensatie. Het verzoek werd voor overige zorgvormen afgewezen.