Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op een aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op tijd in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding veroorzaakt is door een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor spreekuren niet tijdig konden worden ingepland. De rechtbank oordeelt dat een termijn van twee weken onredelijk kort is in deze situatie en stelt een termijn van vier maanden vast waarbinnen het UWV alsnog moet besluiten.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 november 2025.