Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
chain of evidence.
chain of evidenceen kan het DNA-onderzoek niet worden gebruikt ter ondersteuning van de verklaring van aangeefster, noch voor de ontkrachting daarvan.
chain of evidencealsnog voldoende gedocumenteerd zou worden, dan blijkt uit pagina 28 van het zogenaamde ‘FO-dossier’ dat de kleding, nadat deze was ontvangen van de aangeefster, is ‘omgepakt’ in een nieuwe verpakking. Ook staat hier beschreven dat de kledingstukken “verfrommeld en/of binnenstebuiten” in de zakken zaten. Hierdoor moet naar het oordeel van de rechtbank rekening worden gehouden met een verhoogd risico op eventuele ‘stempeling’ van sporen binnen de kledingstukken. Dit is van belang, nu zowel aangeefster als verdachte verklaren dat er gezoend is. Verdachte verklaart verder dat er gedanst is.
disclosure-getuige. Zo’n getuigenverklaring kan steunbewijs opleveren indien de emotionele toestand die de getuige bij de aangeefster heeft waargenomen niet anders kan worden opgevat dan als een bevestiging van de verklaring van de aangeefster.
disclosure-getuigeen de objectieve bevindingen op de camerabeelden kan naar het oordeel van de rechtbank niet met de vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld wat er zich precies heeft voor- gedaan en in welke gemoedstoestand aangeefster verkeerde.
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
- het onverhoeds (met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [aangeefster] en/of die [aangeefster] tegen de muur te duwen en/of drukken en/of vast te zetten en/of
- de hand van die [aangeefster] (bij de deur van die toiletruimte) weg te slaan, althans die [aangeefster] te beletten de deur te openen en/of
- die [aangeefster] de woorden toe te voegen: “ik ga jou zo geil maken” althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- met zijn, verdachtes, handen in de broek van die [aangeefster] te gaan en/of
- het los trekken van de bovenkleding (topje) van die [aangeefster] en/of
- de borst van die [aangeefster] in zijn, verdachtes, mond proberen te doen en/of
- de deur van die toiletruimte dicht te houden,
het onverhoeds zoenen van die [aangeefster] en/of
- het meermalen, althans eenmaal, betasten en/of knijpen van/in de borsten en/of billen van die [aangeefster] en/of
- het meermalen, althans eenmaal, betasten en/of knijpen van/in het kruis en/of schaamstreek van die [aangeefster] .
(Artikel art 246 Wetboek Pro van Strafrecht)