Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- [persoon 1] , verpleegkundige;
- [persoon 2] , verpleegkundig specialist.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1990, die verblijft in een zorgaccommodatie. Betrokkene gaf aan het naar omstandigheden goed te gaan en bereid te zijn vrijwillig mee te werken aan haar behandeling, hoewel zij last heeft van bijwerkingen van medicatie en voorkeur heeft voor methylfenidaat vanwege haar niet-aangeboren hersenletsel.
De verpleegkundig specialist en verpleegkundige bevestigden dat het goed gaat met betrokkene, maar uitten zorgen over het instellen van de medicatie en het weigeren van vitamines. De specialist was tegen het gebruik van methylfenidaat vanwege mogelijke psychotische verschijnselen. De advocaat van betrokkene stelde dat de zorg op vrijwillige basis kan worden voortgezet en dat verplichte zorg niet langer noodzakelijk is.
De rechtbank overwoog dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis met ernstig nadeel, maar dat zij momenteel geen verzet toont tegen de noodzakelijke zorg en bereid is deze vrijwillig te accepteren. Gezien de huidige situatie achtte de rechtbank verplichte zorg niet noodzakelijk en wees het verzoek af. De rechtbank benadrukte het belang dat betrokkene de zorg vrijwillig blijft accepteren zolang dat nodig wordt geacht.
Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan noodzakelijke zorg.