Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
€ 624,93 aan kosten van (toekomstig) eigen risico, € 1.500,- aan verlies van verdienvermogen en € 21.600,- aan schade voor een jaar studievertraging. Uit de onderbouwing van deze schadeposten die de benadeelde partij heeft ingebracht, volgt niet in welke mate deze schadeposten voortkomen uit of verband houden met de door verdachte geuite bedreigingen, zoals opgenomen onder het bewezenverklaarde feit 2. Hierdoor kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer vastgesteld worden dat de gestelde materiële schade, of een deel daarvan, is veroorzaakt door dat bewezenverklaarde feit. Daartoe is een nader debat en wellicht andersoortige bewijsvoering nodig, wat een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in dit gedeelte van de vordering. De vordering kan voor dit deel bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder feit 1 en feit 3 ten laste gelegde feiten;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en brandstichting, meermalen gepleegd;
een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
meldplicht bij de reclassering
ambulante behandeling
contactverbod
gebiedsverboden