ECLI:NL:RBZWB:2025:8061
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde afwijzing aanvullende compensatie werkelijke schade kinderopvangtoeslag
Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht om aanvullende compensatie voor werkelijk geleden schade bovenop de reeds toegekende definitieve compensatie. De Dienst Toeslagen kende een aanvullende vergoeding toe van €29.456,-, maar wees meerdere schadeposten af, waaronder vermogensschade, extra kosten, studieschuld en een hogere vergoeding voor immateriële schade.
De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen de omvang van de immateriële schade onvoldoende heeft gemotiveerd, mede omdat de bijzondere omstandigheden van eiseres, zoals huiselijk geweld en verwaarlozing, onvoldoende zijn meegewogen. De overige afgewezen schadeposten worden door de rechtbank niet toegekend vanwege gebrek aan causaal verband of toepasselijkheid binnen de Wht.
De rechtbank wijst op de vergewisplicht van het bestuursorgaan bij het baseren op adviezen van deskundigen en concludeert dat de Dienst Toeslagen hieraan heeft voldaan. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet in de gelegenheid hoeft te worden gesteld om te reageren op adviezen alvorens het bezwaar te beslissen.
Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens het motiveringsgebrek en de Dienst Toeslagen krijgt acht weken de tijd om dit te herstellen. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en zal na herstel de zaak zonder nieuwe zitting afdoen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering van de immateriële schadevergoeding en het besluit wordt vernietigd met herstelmogelijkheid voor de Dienst Toeslagen.