ECLI:NL:RBZWB:2025:7994

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
C/02/439451 / FA RK 25-4515
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Hendriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarige

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige, geboren in 2024. De man verzocht primair om wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige naar zijn verblijfplaats in het buitenland en een zorgregeling waarbij de minderjarige om het weekend bij de vrouw verblijft met een overdracht op een neutrale locatie.

Subsidiair verzocht hij om een raadsonderzoek naar het beste belang van de minderjarige en een voorlopige regeling in afwachting van dat onderzoek. Tijdens de procedure heeft de man het verzoek ingetrokken, omdat partijen afspraken zullen maken over de geschilpunten in het buitenland.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek daarmee niet meer hoeft te worden beoordeeld en wijst het af. De beschikking is openbaar uitgesproken op 14 november 2025 door rechter Hendriks, tevens kinderrechter.

Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling wordt afgewezen wegens intrekking.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/439451 / FA RK 25-4515
Datum uitspraak: 14 november 2025
beschikking over wijziging hoofdverblijfplaats en zorgregeling
in de zaak van
[de man],
wonende te [plaats 1] ( [land] ),
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. F.C. Hoogeveen te Rotterdam,
tegen
[de vrouw],
wonende te [plaats 2] ,
hierna te noemen: de vrouw,
over de minderjarige:
-
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2024 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [minderjarige] of de minderjarige.

1.Het procesverloop

1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 4 september 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 9 september 2025 ontvangen F9-formulier van mr. Hoogeveen;
- het op 10 november 2025 ontvangen F5-formulier van mr. Hoogeveen.

2.De feiten

2.1
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige,
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ).

3.Het verzoek

3.1
De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
primair de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] te wijzigen naar de verblijfplaats van de man in [land] en een zorgregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] om het weekend van vrijdag 20:00 tot zondag 18:00 uur bij de vrouw verblijft waarbij partijen allebei naar het midden ( [locatie] ) rijden en de overdracht daar op bovengenoemde tijdstippen zal plaatsvinden.
En subsidiair een raadsonderzoek te gelasten naar welke hoofdverblijfplaats en zorgregeling het meest in het belang van [minderjarige] is en vast te stellen dat [minderjarige] in afwachting van het raadsonderzoek bij de man verblijft en om het weekend van vrijdag 20:00 tot zondag 18:00 uur bij de vrouw verblijft waarbij partijen allebei naar het midden ( [locatie] ) rijden en de overdracht daar op bovengenoemde tijdstippen zal plaatsvinden.

4.De beoordeling

4.1.
Bij F5-formulier van 10 november 2025 heeft mr. Hoogeveen bericht dat het verzoek wordt ingetrokken, nu partijen in [land] afspraken zullen maken over de geschilpunten.
Nu de man zijn verzoek heeft ingetrokken, behoeft de rechtbank dit verzoek niet meer te beoordelen. De rechtbank zal het verzoek derhalve afwijzen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
wijst de verzoeken van de man af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Hendriks, rechter, tevens kinderrechter, en in tegenwoordigheid van mr. Vork, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 november 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.