ECLI:NL:RBZWB:2025:7947
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaald griffierecht
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 17 november 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster behandeld. Verzoekster had een verzoek ingediend om inschrijving in de Basisregistratie Personen (Brp) op een briefadres, maar dit verzoek is afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat verzoekster het griffierecht van € 194,- niet heeft betaald en geen bewijs heeft geleverd van haar betalingsonmacht.
De rechtbank heeft verzoekster herhaaldelijk gewezen op de verplichting om griffierecht te betalen en de mogelijkheid om vrijstelling aan te vragen, mits zij kan aantonen dat zij aan de strenge criteria voldoet. Verzoekster heeft weliswaar aangegeven in een moeilijke financiële situatie te verkeren, maar heeft geen concrete bewijsstukken over haar inkomen en vermogen overlegd. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de ingediende stukken niet actueel zijn en niet voldoende informatie bieden om haar betalingsonmacht te onderbouwen.
Uiteindelijk concludeert de voorzieningenrechter dat verzoekster niet heeft aangetoond dat zij een goede reden heeft voor het niet betalen van het griffierecht. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.