ECLI:NL:RBZWB:2025:7944
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens late beslissing college
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 14 oktober 2024. Dit beroep is op 8 mei 2025 ingediend bij de rechtbank. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen heeft op 19 juni 2025 alsnog een beslissing genomen op het bezwaar, waarmee het college tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker.
Naar aanleiding van de intrekking van het beroep heeft verzoeker een verzoek ingediend tot veroordeling van het college in de proceskosten. De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar het college heeft niet gereageerd.
De rechtbank oordeelt dat het college geheel aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog te beslissen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De vergoeding bedraagt € 453,50, bestaande uit de kosten van het beroepschrift, aangezien de zaak uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter AG.J.M. de Weert en griffier L.J. Sijtsma op 19 november 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen is veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.