De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 oktober 2025 uitspraak gedaan in een civiele zaak betreffende het hoofdverblijf, de zorgregeling en kinderalimentatie van twee minderjarige kinderen. De moeder verzocht om wijziging van het hoofdverblijf en de zorgregeling, alsmede aanpassing van de kinderalimentatie. De Raad voor de Kinderbescherming bracht advies uit over de zorgregeling en contactopbouw tussen de vader en de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de kinderen is dat het hoofdverblijf bij de moeder wordt vastgesteld, conform de feitelijke situatie. De zorgregeling wordt gewijzigd zodat de kinderen onder begeleiding van hulpverlening contact hebben met hun vader tijdens de oneven weken van vrijdagmiddag tot zondagavond en iedere donderdag na school tot voor de korfbal. Er wordt toegewerkt naar uitbreiding van contact met overnachtingen in het tempo van de kinderen.
Ten aanzien van de kinderalimentatie stelde de rechtbank vast dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De draagkracht van de ouders werd berekend, waarbij ook rekening werd gehouden met de nieuwe partner van de moeder. De vader wordt veroordeeld tot betaling van €124 per maand per kind, ingaande 25 juli 2025. Het verzoek tot voorlopige toevertrouwing van een van de kinderen aan de moeder werd afgewezen omdat het hoofdverblijf reeds bij haar is vastgesteld. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.