ECLI:NL:RBZWB:2025:7838

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
11832269 \ AZ VERZ 25-36 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Kool
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen Katoen Natie Logipark B.V. en [persoon]

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 29 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen Katoen Natie Logipark B.V. en [persoon]. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen een regeling bereikt met betrekking tot de financiële afwikkeling, maar hebben zij de kantonrechter verzocht om enkel te beslissen over het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter heeft het verzoek toegewezen, omdat de arbeidsverhouding tussen partijen ernstig en duurzaam is verstoord.

Katoen Natie Logipark B.V. heeft verzocht om de arbeidsovereenkomst per 1 december 2025 te ontbinden, waarbij zij heeft gesteld dat er geen verwijt aan [persoon] te maken valt en dat herplaatsing niet mogelijk is. [persoon] heeft zich aan het oordeel van de kantonrechter gerefereerd en zijn tegenverzoek ingetrokken, mits de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.

De kantonrechter heeft geoordeeld dat er een redelijke grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, aangezien de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat van Logipark niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De kantonrechter heeft bepaald dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt en heeft de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De beschikking is openbaar uitgesproken door mr. Kool op 29 oktober 2025.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11832269 \ AZ VERZ 25-36
Beschikking van 29 oktober 2025
in de zaak van
KATOEN NATIE LOGIPARK B.V.,
te Hoek,
verzoekende partij,
verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: Logipark,
gemachtigde: mr. R.M.A. Lensen,
tegen
[persoon],
te [plaats],
verwerende partij,
verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: [persoon],
gemachtigde: mr. P.H. Pijpelink.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift, met een voorwaardelijk tegenverzoek
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling een minnelijke regeling getroffen. De inhoud van die regeling is in een proces-verbaal vastgelegd. Partijen hebben met betrekking tot het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst uitspraak verzocht. De kantonrechter heeft na het sluiten van de mondelinge behandeling mondeling uitspraak gedaan, waarvan de inhoud in deze beschikking is opgenomen.

2.Het verzoek, het verweer en het voorwaardelijk tegenverzoek

2.1.
Logipark verzoekt, na wijziging van het verzoek, de arbeidsovereenkomst met [persoon] te ontbinden, omdat de arbeidsverhouding tussen partijen zodanig is verstoord dat van Logipark in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [persoon] valt daarvan geen verwijt te maken. Ook is herplaatsing niet mogelijk dan wel ligt dit niet in de rede. Logipark heeft gesteld dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. Logipark heeft verzocht de arbeidsovereenkomst per 1 december 2025 te ontbinden.
2.2.
[persoon] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter en trekt zijn tegenverzoek in, indien de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt.

3.De beoordeling

3.1.
Mede gelet op de referte van [persoon] zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden per 1 december 2025. Uit de standpunten van partijen blijkt namelijk dat er een redelijke grond is voor ontbinding, aangezien de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat van Logipark als werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing van [persoon] is daarbij niet mogelijk. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst is [persoon] niet verwijtbaar. Het verzoek houdt geen verband met het bestaan van een opzegverbod. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de financiële afwikkeling van de arbeidsovereenkomst. Deze afspraken zijn vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.
3.2.
Gelet op de uitkomst van deze procedure is het redelijk dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 december 2025,
4.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
4.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.