Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 21 oktober 2025 waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.De feiten
- In februari 2024 heeft WonenBreburg [rechthebbende] aangemeld voor begeleiding bij [hulpverlening], omdat er zorgen waren rondom het welzijn van [rechthebbende].
- Eind 2024, begin 2025 meldt één van de omwonenden vele ruzies met [rechthebbende]. Daarbij heeft [rechthebbende] de elektriciteit afgesloten van deze buurvrouw en diens deur beklad.
- Begin 2025 heeft [rechthebbende] ook zelf aan WonenBreburg laten weten dat het erg slecht met haar ging. Er was op dat moment nog steeds sprake van begeleiding vanuit [hulpverlening].
- Op 26 mei 2025 heeft de politie contact opgenomen met WonenBreburg, omdat de politie de situatie in de woning [rechthebbende] niet vertrouwde en daarom de woning binnen wilde gaan. De politie is met WonenBreburg de woning binnengegaan. Ze hebben [rechthebbende] daar in zorgelijke toestand aangetroffen. De politie heeft opnieuw een zorgmelding gedaan.
- Op 17 juli 2025 is er brand geweest in de woning. [rechthebbende] is aangehouden vanwege een vermoeden van brandstichting. WonenBreburg heeft in verband daarmee op 22 juli 2025 aangifte van brandstichting gedaan.
- WonenBreburg heeft in haar brief van 23 juli 2025 de bewindvoerder verzocht de huurovereenkomst op te zeggen. Dat heeft de bewindvoerder niet gedaan.
- De gemachtigde van WonenBreburg heeft in haar brief van 21 augustus 2025 de bewindvoerder een laatste mogelijkheid gegeven om de huur zelf op te zeggen. Dat heeft de bewindvoerder niet gedaan, waarna WonenBreburg deze procedure is gestart.
- Op het moment van de mondelinge behandeling was [rechthebbende] nog in voorlopige hechtenis.
- Voor [rechthebbende] wordt gezocht naar een mogelijkheid voor begeleid wonen.