ECLI:NL:RBZWB:2025:78
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening Participatiewet
Verzoeker maakte bezwaar tegen de niet-uitbetaling van een uitkering op grond van de Participatiewet en verzocht op 3 december 2024 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Kort daarna erkende het dagelijks bestuur van Samenwerking De Bevelanden de fout en stelde de uitkering weer betaalbaar. Verzoeker trok daarop het verzoek in en vroeg om veroordeling van De Bevelanden in de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om proceskostenveroordeling beoordeeld aan de hand van de relevante artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht. Uit de feiten blijkt dat De Bevelanden de fout onmiddellijk erkende en de uitkering direct betaalde, waardoor zij aan verzoeker is tegemoetgekomen. Echter had de gemachtigde van verzoeker voorafgaand aan het indienen van het verzoek geen contact gezocht met De Bevelanden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het resultaat ook zonder tussenkomst van de rechter bereikt had kunnen worden indien telefonisch contact was gezocht. Daarnaast had verzoeker op 3 december 2024 zelf telefonisch navraag gedaan en was op 4 december geïnformeerd over de fout en de directe betaling. Daarom was het indienen van de voorlopige voorziening voortijdig en onnodig.
Gelet op deze omstandigheden zag de voorzieningenrechter onvoldoende reden om De Bevelanden te veroordelen in de proceskosten of het griffierecht. Het verzoek om proceskostenveroordeling werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het bestuursorgaan snel corrigeerde en verzoeker geen contact zocht vooraf.