Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:7743

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
BRE 24/6790
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaard bezwaar

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete opgelegd door de inspecteur. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Belanghebbende stelde dat hij de naheffingsaanslag niet had ontvangen en voerde meerdere geschilpunten aan met betrekking tot diverse belastingaanslagen.

De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en beperkt de beoordeling tot het beroep tegen de uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024, aangezien alleen daarvan stukken zijn overgelegd en de gemachtigde dit ook bevestigt. Beroepen tegen andere aanslagen zijn niet-ontvankelijk omdat de bezwaarprocedure daarvoor niet is doorlopen.

De inspecteur erkent dat de naheffingsaanslag en verzuimboete moeten worden vernietigd omdat de motorrijtuigenbelasting tijdig is betaald. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar, de naheffingsaanslag en de verzuimboete. De inspecteur wordt verplicht het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend wegens gebrek aan bewijs van gemaakte kosten.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, de naheffingsaanslag en de verzuimboete en verklaart het beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6790

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gemachtigde: mr. T.G.M. Scheers),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 5 augustus 2024.
1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende op 2 januari 2024 voor het tijdvak 31 december 2023 tot en met 30 maart 2024 een naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting opgelegd van € 181 (hierna: de naheffingsaanslag).
1.2.
Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur belanghebbende een verzuimboete van € 55 opgelegd (hierna: de verzuimboete).
1.3.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard.
1.4.
De gemachtigde van belanghebbende heeft verzocht om een mondelinge behandeling achterwege te laten en de zaak op de stukken af te doen. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
2.1.
De rechtbank is van oordeel dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

3. Belanghebbende is sinds 23 juli 2019 houder van een auto van het merk Nissan met [kenteken].
3.1.
De inspecteur heeft met dagtekening 21 mei 2024 een dwangbevel betekend aan belanghebbende wegens het niet betalen van de bedragen van de naheffingsaanslag en verzuimboete. Belanghebbende heeft op 4 juni 2024 bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag en de verzuimboete. Belanghebbende heeft daarin gesteld de naheffingsaanslag niet te hebben ontvangen.

Motivering

Vooraf
4. Belanghebbende heeft zelf zijn beroepschrift ingediend. Hij vermeldt in zijn beroepschrift een groot aantal geschilpunten met de Belastingdienst. Deze geschilpunten hebben niet alleen betrekking op de onderhavige naheffingsaanslag en verzuimboete, maar ook op onder meer ingehouden motorrijtuigenbelasting in de periode 2023-2024, vennootschapsbelasting 2019, inkomstenbelasting 2016 en 2019, zorgtoeslag 2019, “oude aanslagen” en rente en kosten. Bij het beroepschrift zijn twee pagina’s van de uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024 gevoegd, maar geen andere uitspraken op bezwaar.
4.1.
De rechtbank heeft aan belanghebbende gemeld dat het beroep is aangemerkt als beroep tegen de uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024 en heeft belanghebbende verzocht om de complete uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024 te overleggen. Verder heeft de rechtbank aangegeven dat in het beroepschrift ook andere belastingen worden genoemd en verzocht om de rechtbank te laten weten tegen welke besluiten van de Belastingdienst belanghebbende in beroep komt. Belanghebbende heeft daarop een brief aan de rechtbank verzonden met daarbij een voorlopige lijst van producties. In de brief wordt benoemd dat het belanghebbende niet alleen om de motorrijtuigenbelasting gaat, maar er wordt niet concreet verwezen naar uitspraken op bezwaar.
4.2.
De gemachtigde heeft zich op een later moment in de procedure als gemachtigde van belanghebbende aangemeld. In reactie op het verweerschrift heeft de gemachtigde verzocht om de zaak zonder zitting af te doen. In zijn brief stelt de gemachtigde:
“Immers, in het verweerschrift van de wederpartij d.d. 12 februari 2025 stelt zij onder “Conclusie” dat het door cliënt ingediende bezwaar, waarvan thans beroep, onterecht niet-ontvankelijk is verklaard en de opgelegde boete dient te worden vernietigd. Zulks betekent dat één en ander niet nader inhoudelijk behoeft te worden behandeld en Uw Rechtbank in deze tot het afgeven van een beschikking kan overgaan.”
4.3.
De rechtbank stelt voorop dat belanghebbende eerst in bezwaar dient te gaan tegen aanslagen (of andere besluiten van de Belastingdienst) en dat belanghebbende vervolgens tegen de uitspraken op bezwaar van de Belastingdienst beroep kan instellen bij de rechtbank. Nu belanghebbende enkel (een deel van) de uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024 met betrekking tot de naheffingsaanslag en verzuimboete heeft overgelegd, zal de rechtbank in deze uitspraak ook enkel het beroep tegen de uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024 behandelen. Daarbij merkt de rechtbank op dat zij uit de reactie van de gemachtigde op het verweerschrift (zie 4.2) opmaakt dat ook volgens de gemachtigde het beroep enkel (nog) betrekking heeft op de uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024. Voor zover belanghebbende toch ook beroep heeft willen instellen met betrekking tot andere aanslagen, dan is dat beroep niet-ontvankelijk, aangezien uit het dossier niet volgt dat met betrekking tot andere aanslagen de bezwaarprocedure is doorlopen.
Inhoudelijk
5. De inspecteur heeft in het verweerschrift aangegeven dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, dat het bedrag van de motorrijtuigenbelasting over het tijdvak 31 december 2023 tot en met 30 maart 2024 tijdig is betaald en dat de naheffingsaanslag en de verzuimboete moeten worden vernietigd. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep dat betrekking heeft op de uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024 is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar, de naheffingsaanslag en de verzuimboete. Het beroep dat betrekking heeft op andere aanslagen, is niet-ontvankelijk.
6.1.
Omdat het beroep dat betrekking heeft op de uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024 gegrond is, moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding, nu niet is gesteld of aannemelijk is geworden dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond dat betrekking heeft op de uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2024;
- vernietigt de naheffingsaanslag en de verzuimboete;
- verklaart het beroep dat ziet op de overige aanslagen niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. J.A. den Braber-Riemens, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. I.E. Rijsdijk-van Eerd, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekend gemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.