ECLI:NL:RBZWB:2025:7670

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
11686972 \ OV VERZ 25-1705
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • mr. De Danschutter
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor plaatsing van airconditioning door appartementseigenaar geweigerd door VvE

In deze zaak heeft [verzoeker], eigenaar van een appartementsrecht in [plaats 1], op 1 mei 2025 een verzoekschrift ingediend bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Hij verzoekt om toestemming voor het plaatsen van een airconditioning in zijn appartement, waarvoor hij toestemming nodig heeft van de Vereniging van Eigenaren (VvE). De VvE heeft op 2 april 2025 tijdens een vergadering deze toestemming geweigerd, wat [verzoeker] nu aanvecht. De VvE heeft in haar verweerschrift aangegeven dat de toestemming is geweigerd vanwege zorgen over geluidsoverlast, isolatie, lekkages en schade aan de gevel. Tijdens de zitting op 16 september 2025 is het standpunt van beide partijen toegelicht. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de VvE in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen, omdat [verzoeker] onvoldoende informatie heeft verstrekt over de airco en de mogelijke gevolgen daarvan. De kantonrechter heeft de verzoeken van [verzoeker] afgewezen en hem in de proceskosten veroordeeld, omdat hij ongelijk heeft gekregen. De proceskosten van de VvE zijn vastgesteld op € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11686972 \ OV VERZ 25-1705
Beschikking van 5 november 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonend in [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigden: mr. M.J. Vijverberg en mr. L.R. Bunk
tegen
[VvE],
gevestigd in [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. G.C.L. van de Corput,

1.Het verloop van de procedure

1.1.
[verzoeker] heeft op 1 mei 2025 een verzoekschrift ingediend. De VvE heeft op 1 september 2025 in een verweerschrift gereageerd op het verzoek van [verzoeker] .
1.2.
Op 16 september 2025 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2.De kern van de zaak

2.1.
[verzoeker] is eigenaar van het appartementsrecht [adres] in [plaats 1] . Hij is daarmee van rechtswege lid van de VvE. [verzoeker] wil een airco in zijn appartement. Daarvoor heeft hij toestemming nodig van de VvE, omdat voor de plaatsing van die airco een aanpassing nodig is aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw. Tijdens de vergadering van de VvE van 2 april 2025 is die toestemming geweigerd. [verzoeker] vraagt om vernietiging van dit besluit van de VvE en om een vervangende machtiging van de kantonrechter. De VvE verzoekt om deze verzoeken af te wijzen.
2.2.
De kantonrechter wijst de verzoeken van [verzoeker] af, omdat op basis van de beschikbare informatie tijdens de vergadering de VvE in redelijkheid het besluit heeft kunnen nemen. Hierna wordt dit oordeel verder toegelicht.

3.De beoordeling

3.1.
[verzoeker] heeft voor het plaatsen van een airco toestemming nodig van de VvE, dat volgt uit artikel 25.1 van de splitsingsakte. Daarin staat:
“De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen verandering aanbrengen waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie van het Gebouw gewijzigd wordt. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het Gebouw door de verandering in gevaar kan worden gebracht.”
Toestemming mag niet op onredelijke gronden worden geweigerd, zo staat zowel in de wet als in de splitsingsakte. De toetsing door de rechter is marginaal. Het gaat er niet om of een ‘beter’ besluit genomen had kunnen worden, maar of de vergadering bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Alleen indien dat niet het geval is, kan de verzochte vervangende machtiging worden verleend.
3.2.
[verzoeker] heeft aangegeven dat hij belang heeft bij de plaatsing van een airco, omdat het op warme dagen lastig is de temperatuur in zijn appartement op een aanvaardbaar niveau te houden. Voorafgaand aan de vergadering van de VvE op 2 april 2025, is door [verzoeker] beperkt informatie opgestuurd. Bij zijn verzoek om het onderwerp op de agenda te plaatsen, heeft [verzoeker] in het algemeen aangegeven een airco te willen plaatsen en hij draagt daarvoor twee mogelijkheden aan: een monoblock airco (zonder buitenunit) en een reguliere airco met buitenunit waarbij het geluid kan worden beperkt. Over de monoblock airco zegt [verzoeker] dat deze niet voor geluidsoverlast zal zorgen.
3.3.
Tegenover het (gerechtvaardigd) belang van [verzoeker] staan de belangen van de overige appartementseigenaren. De VvE heeft onder meer aangegeven dat de toestemming is geweigerd, omdat er zorgen zijn over geluidsoverlast, de isolatie, lekkages en schade aan de gevel. Ter zitting heeft de VvE bovendien aangegeven dat het onduidelijk is welke airco [verzoeker] precies wil plaatsen en waar een doorgang naar buiten moet komen.
3.4.
Beide partijen hebben dus gerechtvaardigde belangen. Ter zitting hebben partijen aangegeven dat het onderwerp tijdens de vergadering niet uitgebreid is besproken. De argumenten waarom de meerderheid van de aanwezigen bij de VvE-vergadering tegen het plaatsen van een airco heeft gestemd, zijn niet op de vergadering besproken en pas naderhand gebleken. Hoewel het de VvE had gesierd voorafgaand aan de vergadering aan [verzoeker] te laten weten wat van hem werd verwacht en hem op de vergadering meer ruimte had kunnen geven voor een toelichting, is het de verantwoordelijkheid van [verzoeker] om de vergadering de noodzakelijke informatie te geven waardoor eventuele bezwaren zouden kunnen worden weggenomen. Zo had [verzoeker] voorzien dat de vergadering vreesde voor geluidsoverlast van een airco. Dan ligt het op zijn weg (bijvoorbeeld) meer concreet aan te geven welk type hij voor ogen heeft, waar hij een doorgang naar buiten wil en wat dit concreet betekent voor het geluidsniveau dat de dichtstbijzijnde medebewoners ervaren.
3.5.
Achteraf, in het verzoekschrift en op de zitting, heeft [verzoeker] meer informatie gegeven over onder meer het geluidsniveau van monoblock airco’s in het algemeen. Nog daargelaten dat ook deze informatie summier is, is het ook te laat verstrekt. De vergadering beschikte niet over deze informatie en op grond van de toen beschikbare informatie kon zij in redelijkheid het besluit tot weigering van de toestemming nemen. Er is dan ook geen reden het besluit te vernietigen.
3.6.
Ook het verzoek van [verzoeker] om een vervangende machtiging te verlenen voor de plaatsing van de airco wordt afgewezen. De vereiste toestemming van de vergadering kan weliswaar op grond van artikel 5:121 lid 1 BW worden vervangen door een machtiging van de kantonrechter, maar alleen indien zich een situatie voordoet waarin die toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd. Aan dit criterium wordt niet voldaan.
Proceskosten
3.7.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten van de VvE worden vastgesteld op € 542,00 (2 punten van € 271,00) voor salaris van de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de verzoeken van [verzoeker] af;
4.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten die aan de zijde van de VvE vastgesteld worden op € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verzoeker] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet [verzoeker] ook de kosten van betekening betalen.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Danschutter en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.