Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een verzuimboete van €2.757 opgelegd bij de aanslag vennootschapsbelasting 2021. De inspecteur verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde de boete, maar belanghebbende stelde ook beroep in tegen de kostenvergoeding, het niet-tijdig beslissen op bezwaar en de dwangsombeschikking.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de verzuimboete, kostenvergoeding en niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang en overschrijding van de beroepstermijn. De dwangsombeschikking werd inhoudelijk beoordeeld en het beroep daarop ongegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdig had beslist binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling.
Het verzoek om schadevergoeding wegens tijdsbesteding en immateriële schade werd afgewezen, omdat de kosten onder proceskosten vallen en geen termijnoverschrijding was vastgesteld. De rechtbank wees het griffierecht en proceskostenvergoedingen af.