Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen
Stichting [eiseres] , uit [plaats ] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
een vaste fysieke plek in gemeente Breda” hebben, “
waar vanuit de activiteiten worden vervaardigd, geproduceerd, ontwikkeld en/of getoond”.
Samengenomen is de rechtbank van oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat eiseres geen vaste fysieke plaats heeft in Breda. Het college heeft er verder onvoldoende weersproken op gewezen, dat de repetities en de productie niet primair plaatsvinden in Breda, maar in de eigen studio in [plaats ] . De voorstellingen vinden verder plaats in het hele land, zoals ook blijkt uit het beleidsplan van eiseres zelf. Eiseres heeft verder niet tegengesproken dat zij sinds haar oprichting uitsluitend een bezoekadres aan [locatie 1] in [plaats ] heeft gehad, dat zij op dit bezoekadres een studio heeft waar haar trainingen plaatsvinden en dat het trainen van de dansers dagelijks plaatsvindt in [locatie 2] (gevestigd aan [adres] in [plaats ] ). Eiseres gebruikt [plaats ] dus als uitvalsbasis en reist vervolgens het gehele land door om daar activiteiten (deels) te vervaardigen, produceren en/of ontwikkelen, waarna de activiteiten daar ook getoond worden, maar dat maakt niet dat zij een vaste fysieke plaats in Breda heeft.