Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering van 11 september 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV op 3 april 2025 in gebreke heeft gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
Het UWV heeft als reden voor de overschrijding het tekort aan verzekeringsartsen aangevoerd en aangegeven dat het spreekuur met een verzekeringsarts nog enkele maanden kan duren, gevolgd door een periode van vier weken voor beoordeling en rapportage. Mogelijk is daarna ook een arbeidsdeskundige nodig, die vier weken onderzoekstijd krijgt.
De rechtbank oordeelt dat een termijn van twee weken onredelijk kort is gezien de complexiteit en het belang van zorgvuldige besluitvorming. Daarom legt zij een termijn van vier maanden op waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor verdere overschrijding. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiser vergoeden.