ECLI:NL:RBZWB:2025:7598
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening traplift, ophoging trottoir en dwangsommen
Verzoekster diende op 11 augustus 2025 een verzoek in voor een voorlopige voorziening met betrekking tot een traplift, ophoging van het trottoir en dwangsommen tegen het college van burgemeester en wethouders van Breda.
De voorzieningenrechter constateerde dat het college op 5 september 2025 een traplift heeft toegekend, waardoor het spoedeisend belang voor deze voorziening is komen te vervallen. Ten aanzien van de ophoging van het trottoir stelde de rechter vast dat de door verzoekster overgelegde ergotherapie-rapportage onvoldoende onderbouwt dat een steilere oprijplank niet mogelijk is, en dat het college een minder ingrijpende oplossing heeft voorgesteld.
Wat betreft de dwangsommen oordeelde de voorzieningenrechter dat er geen sprake is van een acute financiële noodsituatie of onomkeerbare situatie die spoedeisendheid rechtvaardigt. Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor traplift, ophoging trottoir en dwangsommen wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.