ECLI:NL:RBZWB:2025:7524

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
25/628
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schending van het hoorrecht in WOZ-zaak met gegrond beroep

Op 29 oktober 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, uitspraak gedaan in een WOZ-zaak. De heffingsambtenaar had de waarde van een onroerende zaak vastgesteld op € 325.000 per 1 januari 2023 en een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd voor het jaar 2024. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt, maar dit werd ongegrond verklaard. Hierop heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de rechtbank. Tijdens de zitting op 29 oktober 2025 waren zowel belanghebbende als vertegenwoordigers van de heffingsambtenaar aanwezig. De rechtbank heeft vastgesteld dat het hoorrecht van belanghebbende is geschonden, omdat hij niet is gehoord door de heffingsambtenaar, wat door de heffingsambtenaar zelf werd erkend. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen van die uitspraak in stand gelaten. Tevens is bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan belanghebbende moet vergoeden. De uitspraak is ondertekend door de rechter, aangezien de griffier verhinderd was. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen deze mondelinge uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/628
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Breda),de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 24 februari 2024 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2023 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 325.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Breda voor het jaar 2024 opgelegd (de aanslag OZB).
1.1.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen [belanghebbende] en namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] , taxateur.
1.4.
Aan het slot van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt.

Overwegingen

2. De rechtbank is van oordeel dat het hoorrecht in deze procedure is geschonden. Indien belanghebbende verzoekt om gehoord te worden dient de heffingsambtenaar belanghebbende ook daadwerkelijk te horen. Zoals de heffingsambtenaar zelf ook heeft erkend, is belanghebbende ten onrechte niet gehoord. Het beroep is in zoverre gegrond.
2.1.
Het misverstand over de kwalificatie van het niet bestaande tuinhuisje is ter zitting opgelost. De door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde is door belanghebbende niet betwist, zodat het besluit inhoudelijk in stand kan blijven.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is gegrond wegens schending van het hoorrecht. De bestreden uitspraak op bezwaar zal om die reden worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven wel in stand.
3.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoeden.
3.2.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen deze mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • bepaalt dat de rechtsgevolgen van de uitspraak op bezwaar in stand blijven;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is ter zitting gedaan op 29 oktober 2025 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Deze uitspraak is alleen ondertekend door de rechter omdat de griffier verhinderd is om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.